You are currently browsing the category archive for the 'Nieuw-Zeeland' category.

Arts Centre Christchurch

Onze laatste dag in Christchurch. Wandelen door de stad brengt meteen een gevoel van geschiedenis terug, dat ik als Europeaan blijkbaar nodig heb. Gebouwen weliswaar uit de jaren 1800, maar toch. Maar ook een hypermodern Arts Centre. We amuseren ons kostelijk met de installaties. Er is een overzicht van de Nieuw-Zeelandse kunst tot vandaag. Ze hebben uiteraard nog niet veel, maar toch een goed idee.

Dan shoppen. Valt wat tegen, zomerspullen kan ik nu toch niet gebruiken. Een wintermuts dan maar, een rode. Cadeautjes voor het thuisfront hebben we gelukkig de afgelopen maanden al verzameld.

We eindigen in stijl met een optreden in de Town Hall van de groep Salmonella Dub, samen met Maori-zangeres Whirimako Black en het Nationaal orkest van Nieuw Zeeland. Multimedia bovendien, film en foto’s. De zaal gaat uit de bol, en wij toch ook een beetje. Ik kijk nu al met weemoed naar die Nieuw-Zeelanders, altijd zo schijnbaar zorgenloos, niet teveel gedoe, met hun pinten in de klassieke concertzaal.

NZ Orchestra in Town Hall

Ik heb ook een filmpje, wat beelden van onze laatste maand op het Zuid-Eiland.

Nu alleen nog pakken maken. We vliegen over Singapore, terug in de tijd.

En de volgende foto zal van ons huis in Muizen zijn.

Daarjuist hebben we in Christchurch de huurauto ingeleverd. Blijkt dat we 8562 kilometer hebben gereden in Nieuw Zeeland. Slik. Onze hotelkamer ligt nu volgestouwd met al de spullen die we in de auto hadden verzameld. Inclusief onze grote kartonnen doos met voedsel. Makkelijk wel, zo’n auto, je gooit alles erin. Dat wordt spannend bij het inpakken.

We hebben nog 2 dagen. ‘t Wordt nu allemaal een beetje onwerkelijk hier, ik voel dat ik me begin klaar te maken voor business as usual. Zopas heb ik voor het eerst sinds een half jaar kritisch in de spiegel gekeken. Dat ziet er niet goed uit: ik heb een buikje gekweekt! Een half jaar zonder weegschaal geleefd. Het is ongetwijfeld de koffie.

Ze hebben hier een Antarctic Centre, the Best Experience etc. Met een simulatie van een ijsstorm. Het is geweldig.

johan in antarctic centre

Musea organiseren, dat kunnen ze hier. Eerst allerlei films, foto’s, en computerinteractieve dingen over de Zuidpool, dan een reconstructie van een tent, het eten, de kleren in de kou, en dan krijgen we een jas en worden we de kou ingejaagd. Echte sneeuw, de wind steekt op, het wordt tot -19 graden. Weinig voor de Zuidpool, meer dan genoeg voor mij. Ik ben blij dat ik er na 6 minuten uit mag. Johan heeft de storm getrotseerd in z’n blote benen.

Dan naar de kleine blauwe pinguins. Die hebben ze hier. Beestjes die ze gered hebben uit netten van vissers. 45 cm hoog. Grappig.

blue pinguins

Akaroa Bay

Die dolfijnenkwestie zit me hoog. Nu ook Gaea er 4 gezien heeft, vind ik dat we het lot een handje moeten helpen.
Dus vandaag hebben we een “nature cruise” geboekt in Akaroa, 80 kilometer van Christchurch.

kwal in akaroa bay

Hier zou een kolonie “Hector Dolphins” zitten, kleiner dan de doorsnee dolfijn. Dit is de enige plaats waar ze voorkomen zegt de brochure. Samen met 50 andere dolfijnhongerige toeristen gaan we de katamaran op. De kapitein is onze gids, hij spreekt min of meer verstaanbaar Engels. We krijgen meteen een volledige uitleg over de intelligentie van de dolfijn: herseninhoud bijna even groot als die van een mens, leert snel, communiceert, zwemt op radar. Ik denk : als hij verstand heeft, laat hij zich niet zien. We varen langs een hoge rots, even hoog, zegt de gids, als Bag Bin in London. Wat is dat nu weer. Bag Bin? Dan heb ik hem: het is Big Ben uitgesproken in het Nieuw-Zeelands.

En dan gebeurt het: in de verte een vin, nog een, en daar zijn ze, de kleine Hector Dolphins, ze komen naar ons kijken!

Hector dolphins

Ze duiken onder de katamaran, en springen omhoog voor de boeg. Ik word er helemaal vrolijk van. De kapitein legt de boot stil, en we kijken. Een kwartier, dan hebben ze genoeg gezien. En ik heb een filmpje!!!

Johan heeft een dolfijn gezien. Althans dat beweert hij. Als bewijs voert hij deze foto aan:

het waterwezen dat johan gezien heeft

Ik ben diep jaloers. Ik wil ook een dolfijn zien!

Op Kaikoura is er een whale watching point, maar niks. Langs de weg stoppen we aan een kleine baai, en ja hoor: vol met zeehonden-baby’s en hun moeders. Het is alsof ze in een zwembad aan het spelen zijn. Laten zich overspoelen door telkens weer nieuwe golven.

Volgens het  plannetje kan je drie uur wandelen over het strand, en dan terug over de klif. Cool. De wandeling is voor een keer eens niet aangelegd, onderweg zijn er nesten van watervogels met bordjes Do Not Disturb, in de verte zonnen zeehonden op de rotsen. We draaien een hoek om, en ik schrik me een ongeluk: daar ligt een dikke zeehond, nauwelijks 2 meter van me af.

zeehond

Langzaam trekt hij een oog open, dan verdwijnt z’n goedmoedige uitdrukking, en hij kijkt me recht aan. Z’n snorharen trillen. Ik draai me om en wil teruglopen, maar voor m’n voeten draait een stuk hout zich om: nog een. Ik moet vooruit, de rots voorbij, en daar liggen er nog 2! In de verte wenkt johan dat ik moet doorlopen. De zeehond voor mij richt zich nu op en er komt een dreigend geluid uit, een soort combinatie van een kat die gromt en een hond die blaft. Ik verstijf. Ik ben doodsbang voor honden. Door m’n hoofd flitst de waarschuwing “these are wild animals, don’t go near, their bite may inflict dangerous wounds.” Ik kan maar een ding doen: zo hoog mogelijk tegen de duinen opklimmen en er zo voorzichtig voorbij. Moeilijke klim. Net als ik veilig meen te zijn, hoor ik rechts van me een gebries: de allerdikste zeehond ligt een meter van me af, en begint te bewegen. Johan is terug komen lopen, en ziet me staan: “blijf bewegen tine, niet kijken, doorlopen!” Ik zet een stap en glij uit. Dit is het einde van een mooie reis. Doodgebeten door wilde zeehonden, en terecht, want ik heb hun territorium verstoord.  Ik krabbel recht en loop, half struikelend, rechtdoor. Achter mij hoor ik beweging, ik zie een volledige familie uit een rotsspleet  komen. Ze lopen de zee in. Ze zijn banger voor mij dan ik voor hen. 

In het nieuws gisteravond: Nieuw-Zeeland lanceert de online rechtspraak. Een fantastisch idee. Geen gedoe meer met afspraken op gerechtshoven waar advocaten alleen verschijnen om uitstel te vragen. Of partijen niet verschijnen. Daar hebben ze dus het volgende op gevonden: de advocaten bezorgen de rechter hun argumenten via het net, en de rechter publiceert z’n uitspraak online. Ha! Komaan, Belgen, bestudeer dit kiwi-model en haal onze rechtspraak uit de middeleeuwen!

Wij zijn op weg naar de Hooker Valley (?!), weliswaar om daar gletsjers te zien.

Hooker Valley

Veel volk, dit is een van de highlights van het Zuid-Eiland. Op de terugtocht komt ons een groep Japanners tegemoet, in reisuitrusting: van kop tot teen ingepakt, inclusief witte handschoenen en tropenhoed. De gids loopt voorop. Hij praat in iets – is dat een walkie talkie? Nauwelijks vijf minuten later komt ons een tweede groep Japanners tegemoet, idem klederdracht, gids voorop…. met walkie talkie. Ze houden elkaar dus exact op de hoogte van waar ze zijn. Nee, hen zullen ze niet verrassen hier op dit eiland.

Zo vreemd, de solden zijn hier afgesloten,  morgen moeten de kids weer naar school.  Op televisie vernemen we dat het de droogste zomer is geweest sinds het begin van de metingen. Gemiddeld 23,4 graden Celsius op het Zuid-Eiland. Misschien hebben we helemaal geen typisch beeld van Nieuw-Zeeland gezien! De droge, gele vlaktes hadden groene alpine weiden moeten zijn!

natuurtoilet, met schoorsteen om de stank af te laten. werkt perfect

Onderweg naar Aoraki/Mount Cook National Parc stoppen we aan het Viewpoint Peters. Weer zo’n naam! Het is alsof elke mens die hier ooit gepasseerd is, z’n naam aan iets heeft gegeven. We zijn net voorbij een berg gereden: Mount Somers. Dan door de Greta Valley, gevolgd door de Caroline Stream. Mijn verbeelding slaat op hol, want daarachter ligt Shag Rock, en een eind verder Howard’s Mistake.

Aoraki/Mount Cook 

We komen aan in het Mount Cook National Parc, en zoeken logies in Twizel. Hier is het finale gevecht uit deel 3 van Lord of the Rings gefilmd: de Pellenor Battlefield. We hebben de exacte locatie: Ben Ohau High Sheep Station. Maar niemand wil ons zeggen waar dat is! Het wordt ons snel duidelijk waarom. Lord of the Ring Tours houdt de locatie strict geheim “it is private property”, en zij alleen kunnen je ernaartoe brengen. 80 dollar – 40 euro. Ze tonen je de vlakte, geven je een vlag en gooien een theaterjas om je schouders – so you can enjoy the atmosphere of being a real actor in the movie. De begeleidende foto is pathetisch. god beware ons dat ons dat overkomt! Johan combineert wat kaarten, foldertjes en schetsen, en we vinden het ongeveer: dit is het Battlefield van Pellenor, in de regen:

Battlefield of Pellenor uit LOTR

Hmm. De wandeling ernaartoe was wel leuk.

Op weg naar het binneland 

“That’s 110 dollars thenkyou,” zegt de vrouw van het Backpackers Guesthouse. Ik geef het geld. “Awesome!” zegt ze. Ik ben er nu helemaal aan gewend.

Als we onze kamer binnenkomen, heb ik meteen spijt dat we voor 2 nachten betaald hebben. Dit is werkelijk de treurigste kamer die ik al heb gezien. Het dubbele bed in een de hoek gepropt, en ervoor een muur-uitstulping van anderhalve meter op 3, als een soort hap uit de kamer gehaald. Het raam kan niet open, de kamer stinkt. We gaan naar de common kitchen. 12 backpackers proberen er te koken aan 1 vies elektrisch fornuis, op het aanrecht is het kakafonie van vuile potten, het is aanschuiven om aan de overvolle tafel te zitten. Mijn honger is meteen weg. We gaan een wandelingetje maken, tot het spitsuur wat geluwd is. Bij het buitengaan ontdek ik de reden van de uitsparing in onze kamer: een deur naast die van ons staat open, en ik zie een stapelbed in een hok van anderhalve meter op 3.

Als we terugzijn, zitten 5 Nieuw-Zeelanders televisie te kijken, 3 Chinezen eten hun rijst op de grond, en aan tafel zitten nu 2 lawaaierige Israeli’s die met hun spullen de volledige tafel hebben ingenomen. We proberen aan de andere kant te gaan zitten, maar ze maken niet de minste aanstalten om het territorium met ons te delen. We zijn hier en we blijven hier, is het devies.

Ik slaap slecht. Misschien was het niet zo’n goed idee om een stuk van de Otago Central Rail Track te lopen. Maar Nieuw-Zeelanders zijn keien in het aanleggen van wandelpaden. Deze track ligt op de plaats van een oude golddiggerstrein, een makkelijk pad. Wij gaan 18 kilometer stappen.  

Als we opstaan, blijkt het een fantastisch mooie dag te zijn, volop zon. Eerst proberen een douche te veroveren. Er zijn 16 backpackers en 3 douches. Dat is 16 gedeeld door 3. Is 5 rest 1. En die rest ben ik.  Terwijl ik gelaten m’n beurt afwacht, zie ik de Nieuw-Zeelanders in volledige fietsuitrusting vertrekken: fietsbroeken, oranje fluo jasjes, valhelmen met achteruitkijkspiegels erop gemonteerd. Erger dan de zwaarste tour de France. Ze gaan 30 kilometer fietsen op een perfect aangelegd pad zonder verkeer. Dit is geen fietsland.

Oatgo Central Rail track

Wandelen op het treintraject is leuk, omdat we voortdurend een overzicht over het landschap hebben . De zon brandt, ik ben nu indrukwekkend bruin op m’n schouders – jammer dat het winter is in Belgie!

Nu rijden we naar het Mount Cook National Parc. Maar eerst naar Dunedin, de stad met de Steepest Street in the world, waarvan hier het bewijs.

zeeleeuw  

We hebben nu al zoveel stranden afgelopen waar we zeehonden, zeeleeuwen and the like zouden zien, massa’s volgens de brochures, maar nada. Vanuit ons raam in Curio Bay hadden we dolfijnen uit het water moeten zien opspringen – uiteraard niet. Hier op Papatowai Beach zal het wel van hetzelfde zijn. Pff. Maar het is plezierig wandelen langs de wilde zee, en gelukkig regent het niet. In de verte liggen grote stukken hout. Er spoelt hier veel aan. Als we dichterbij komen, draait de stronk zich om. Het is een grote zeeleeuw. We sluipen dichterbij. Never put yourself between a sea lion and the sea, stond er op het bord. En ook: be prepared to run if a sea lion takes an interest in you (?).

Het hele strand ligt vol. Wat verder ligt een koppel, zijn vin beschermend om haar heen geslagen.

 love on the beach

Dan zien we een donker silhouet uit de golven komen. Hij sleept zijn dikke achterlijf het strand op, gaat liggen, en hult zich dan in een wolk van zand. We verschansen ons in het duingras en kijken gefascineerd toe. Even later komen er twee kleinere silhouetten uit de zee. De ene nestelt zich op een eerbiedige afstand van het alfa mannetje, dat zich met een goedkeurend gegrom omdraait. De tweede sluipt dichterbij. Dan gaat het snel, en we schrikken ons een ongeluk: donker gebrul, en de twee rivalen staan tegenover elkaar. Ze meten hun kracht door hun nekken tegen elkaar te duwen. Het is fantastisch om zien. De confrontatie gaat minutenlang door, de eerste wint.

If you go to the lookout, you might see the pinguins coming home, zegt onze landlady op Kaka Point. Het kan niet op hier. We vertrekken onmiddellijk naar het uitkijkpunt. Een doordringende visgeur komt ons tegemoet. Ja hoor, daar staan ze weer: de pinguins met groene koppen en roze poten, en ze blijven uit de zee komen: 11 stuks. Het is of er telkens 3 op elkaar wachten, en dan vertrekken ze naar de struiken waar het nest is.  Zouden ze ons ook ruiken? Een lijkengeur, vermengd met zeep-resten.

Zuidpuntje van het Zuideiland 

De Catlins are a remote destination. Zeker weten. Hier internet vinden is detectivewerk. Als we er vinden, kost het 1 euro per kwartier, kan ik geen foto’s oploaden, en als het wel gaat, duurt het een kwartier per foto. 

Er heerst hier ook een sadistische mentaliteit tegenover rolstoelpatienten. De wandeling naar de Purakanui Falls is volgens het toegangsbord “wheelchair-grade”, maar het pad is afgesloten met een zigzag-constructie waar een doorsnee wandelaar zich met moeite door wringt.

Maar we wilden hier zijn, want dit is de wilde Zuidkust van het Zuidelijk Eiland. We hebben het noordelijk topje van het Noord-Eiland gezien, nu willen we ook op het meest zuidelijke punt in de richting van Antarctica kijken.  En hier zitten pinguins.

Drie lagen, en nog heb ik het koud. We lopen over het Petrified Wood, miljoenen jaren oud. Een pinguin, zegt Johan. Ik kijk, en zie een wit vlekje op een steen. Het beweegt. Door de verrekijker zie ik een mollige mannetje met een groene kop, waarvan de roze voeten samengehouden worden in een witte zak. Daardoor loopt hij moeizaam, en moet hij nu en dan grappige sprongetjes maken over de stenen. Ongetwijfeld een verklede jobstudent. Z’n bewegingen zijn veel te menselijk, vooral als hij z’n bovenste ledematen uitrekt. En z’n voeten zitten in zwemvliezen, veel te breed en veel te roze.  

yellow-eyed pinguin

Er ontstaat enige opwinding. Er wordt gewezen, grotere verrekijkers worden bovengehaald. “There’s another one”. Het zijn echte pinguins. De zeldzame yellow-eyed pinguin, die alleen in Nieuw-Zeeland blijkt voor te komen. They’ve come to feed their young, zegt een man die het blijkbaar weet. The nests are in the bushes. Where is the food, vraag ik, want ze hebben duidelijk geen boodschappentas bij. De man wijst naar z’n keel. Ze slikken de vis in, en kotsen hem uit voor hun jongen.

De pinguins freezen plots en blijven stokstijf staan. Kijken ze naar ons? They’re panicking, zegt de deskundige. En dan zie ik het: drie toeristenkinderen zijn naar beneden geklommen, en lopen met grote gebaren en gejuich de verstijfde pinguins tegemoet. De ouders staan er lachend naar te kijken. Twee van de pinguins draaien zich om en vertrekken – terug de zee in. Op het infobord naast ons staat in dikke letters: “Please don’t go near the pinguins, they may never come back. As a result their young will starve.”  Als op commando breekt er achter ons plots een schril koor los van gepiep. Waarom doet niemand iets? Het duurt een eeuwigheid. Dan roept de moeder: “come let’s go”, en ze verdwijnen. We wachten nog een kwartier, maar er komt geen beweging in de 2 stokstijve pinguins. Dan zien we aan de heel andere kant van de beach een pinguin naar voor kwakkelen. Hij gaat z’n nest proberen te bereiken langs de andere kant. Leve het natuurtoerisme.

Doubtful sound

Doubtful Sound zou mooier zijn en vooral veel minder toeristen aantrekken dan Milford. Dat trekt ons aan, ondanks de bedenkelijke naam. Te danken aan Captain Cook. Toen hij rond 1750  de fjord “ontdekte”, schreef hij in z’n dagboek: “it is doubtful that I get out of here”. In tegenstelling tot wat hij schreef over Doubtless Bay. Hoe origineel.  We boeken een grote tour, een hele dag: bus, speedboot, bus, cruise, wandeling, speedboot.  16 plaatsen. Duur.  Dat worden Duitsers, voorspelt Johan.

Als de bus ons om stipt 9u15 ophaalt, zien we ze zitten: gemiddelde leeftijd 65, strenge gezichten, afkeurende blik op mijn goedbedoeld “Hello”. We wringen ons naast een Nieuw-Zeelandse man van 130 kg die wel reageert. Onze buschauffeur blijkt niet alleen onze gids, kapitein, en koffiemeneer te zijn; hij moet ook al onze vervoermiddelen gaan ophalen, schoonmaken, en nadien terugbrengen. Dat levert lange wachttijden op. Op de speedboot legt hij ons de veiligheidsregels uit, en toont ons de EPIRB. Ha, die ken ik, dankzij Emma – Nils Oscar kreeg er zo een van Philippe.  Een noodsignaal dat automatisch de positie van de boot weergeeft. De speedboot is fun, het weer stralend. Ondanks de hoge snelheid duurt het 45 minuten eer we het enorme Lake Manapouri over zijn. De Duitsers beginnen een lange conversatie: een aantal heeft ondekt dat ze streekgenoten zijn – Beieren – en dat geeft aanleiding tot het uitwisselen van dorpsnamen en cafes. Een alleenstaande vrouw met doordringend stemgeluid geeft te kennen dat zij vooral de culturele centra kent. Er volgt een beschrijving van de tentoonstellingen en festivals, te beginnen van 1973.  

We wachten tot de kapitein/chauffeur/gids de bus heeft opgehaald om ons via een lange onderaardse tunnel naar het Underground Power Station te brengen. Toen ze dat 30 geleden wilden bouwen, was er heftig protest van milieubewegingen: het waterniveau in Doubtful Sound zou aanzienlijk stijgen. De groene jongens en meisjes haalden hun slag thuis, en de ingenieurs pasten hun plannen aan. Bravo. Op een gedenkplaat in de tunnel staan de namen van de 16 arbeiders die omkwamen bij de constructie. Zo’n plaat hebben we in Tibet nergens gezien bij de spoorlijn Beijing-Lhasa. Misschien konden de namen niet op 1 plaat.

cruisen in Doubtful sound

En dan cruisen. Het is waar: deze sound is veel mooier en rustiger dan Milford. Onze gids legt uit dat al de fjorden hier vol zeewater zitten, maar de bovenste laag, 3 meter of zo, is regenwater. Vandaar het spiegeleffect.  De cultuurminded Kunigunde verkondigt luid dass alles hier doch gleich wie in Beiern ist, nur grune hugeln. Wij trekken ons terug op het achtersteven. In de verte zien we de Tasman Zee, de kapitein zet z’n motor af om ons de sound of silence te laten horen. Kunigunde komt naar buiten met haar gevolg: ze is midden in de gedetailleerde beschrijving van een fietsroute die ze in Beieren heeft afgelegd: “Seit meine Scheidung mach ich das meistens alleine, andere Frauen wollen nur Kaffeetrinken.” Een groot begrip voor meneer ex welt in mij op. Er ontstaat een hevige discussie over het exacte verloop van de fietsroute. Ik zeg luid “ein Moment Stille bitte”.  Het duurt even voor ze het doorheeft.  Dan trekken de Beieraars zich terug in het middenschip.

 Doubtful sound

Als we opnieuw aanleggen, nodigt de kapitein/buschauffeur ons uit om een eind terug te wandelen. I will pick you up with the bus. De weg loopt langs asfalt. Na driekwartier zijn zelfs de meest fervente wandelaars het stikbeu.  Waar blijft die bus? In gedachten zie ik de chauffeur op de achterbank liggen, in een welverdiende siesta.

Onze volgende bestemming: the remote Catlins. Voor de pinguins.