You are currently browsing the category archive for the 'India' category.

“Malaysian Airlines” zegt de taxichauffeur en stopt abrupt. We zijn dankbaar dat hij ons zo nauwkeurig wil droppen; er zijn veel ingangen hier aan de internationale luchthaven. Hij tilt m’n rode valies uit de koffer – waarbij hij het handvat afbreekt – en wacht ongeduldig tot we de rest van onze bagage uit de auto hebben gesleept. Ik geef hem de afgesproken 350 rupees (8,5 euro). Hij geeft ze mij onmiddellijk gedecideerd terug. “No.” Dit gebaar ken ik intussen, en ik weet wat er gaat volgen. “Five hundred. Many traffic, many gaz”.  Volgt een argumentatie dat hij zelf deze prijs heeft voorgesteld.  En een spel van: ik het geld geven, hij geld teruggeven. Het werkt altijd. Eigenlijk zou je dan gewoon met het geld in de hand moeten weglopen. Rotgevoel. Dus we eindigen op 400.  Als we de luchthaven binnengaan, blijkt dat Malaysian Airlines 3 ingangen verder is. Hij heeft ons verkeerd afgezet. Dit ga ik niet missen.

 baden in het meer in Udaipur

Wachtend op het vliegtuig naar Nieuw-Zeeland verbaas ik me opnieuw over het gedrag van Indische jongens.  Ze lopen hand in hand, slaan speels hun armen om mekaar, zitten praktisch bij elkaar op schoot – en dat heeft volgens mij niks met homofilie te maken. Het is aanvaard jongensgedrag. Ik kan me niet herinneren dat ik in Belgie al jongens van 16 elkaar heb zien lopen knuffelen. Ze vallen nog liever dood.  Ik ben ervan overtuigd dat India de mooiste mannen ter wereld heeft. 

Ach India. Volkomen tegenstrijdige gevoelens hou ik eraan over. Bevoorbeeld dat gesprek met een kerel die zogenaamd z’n Engels wilde oefenen – uiteraard zou hij nadien geld eisen omdat hij ons “gegidst” had. Met veel aplomb vertelt hij dat hij brahmaan is – de hoogste kaste. De pink van z’n linkerhand heeft een enorm lange nagel. Ongetwijfeld een teken van z’n status. We schuiven hem af. Hij blijft ons achtervolgen, if you have any questions, please ask me. Dus ik doe het: may I ask a personal question?  What is the symbolic meaning of this fingernail? Hij antwoordt serieus: this I use to scratch in my ear.

Ik verlang naar een warme douche, naar een wasbakje met een afvoerbuis, zodat het water onderaan niet gewoon in een emmer loopt – een zware confrontatie met m’n eigen waterverspilling. Ik wil kunnen internetten zonder om de haverklap afgesloten te worden omdat de elektriciteit uitvalt. Hoewel: in India was dat makkelijk, ik kon er m’n klok op gelijkzetten, 15 u. Zelfs een paar keer in Mumbai.

Ten slotte, voor de liefhebbers van curiosa:

hybride toilet 

een hybride toilet voor mensen die op de bril willen zitten, maar ook nog de neiging voelen om boven de pot neer te hurken (voeten op de ribbels). Niet ongevaarlijk . Tevens nuttig voor mensen met een dikke kont.

Dag India.

You want to be in Bollywood picture, vraagt onze hoteleigenaar. Night shoot from 5 o’clock in the evening to 5 o’clock in the morning, you get 500 rupees. Dit is onwaarschijnlijk. In Lonely Planet staat dat spotters geregeld Westerlingen aanspreken om als “extras” te dienen voor films. Dat is: om ergens in de achtergrond op een stoel te zitten – een beetje zoals wij graag een zwarte in beeld hebben, lekker multicultureel. Yes! roep ik. Bollywood, here we come, roem wacht ons bij een billioen Indiers! I will send the casting manager to your room, zegt de manager. Ik ga snel m’n haar wassen, drapeer m’n sjaal op 20 verschillende manieren, doe lipstick op. Johan ligt stoicijns te lezen. Scheren! roep ik. Hij lacht, maar doet het.

Een klop op de deur. Een schrale Indier komt binnen, toont ons z’n kaartje “Bollystars, Casting Models Co-ordinator, specially Western People”. How old are you, is z’n eerste vraag, they need young people. Slik. Ik zie m’n Bollywoodcarriere in rook opgaan. How old do you think, vraag ik koket. En ik probeer: thirty-two. Hij kijkt achterdochtig, vraagt me om m’n hoofddeksel af te nemen. Ik wrijf snel wat door m’n haar, om het beginnende grijs te camoufleren. Hij aarzelt. No I think not, but maybe, be ready tomorrow at 5, then I’ll let you know.

Shit! Ik ben te oud! Johan beleeft de gruwelijkste nacht en dag van deze reis. Komt hij of komt hij niet? Om 4 uur zitten we klaar. 5 uur: niks. ik loop naar de manager, die zegt laconiek: this often happens, he cancels. Merde! Net als ik de lipstick begin af te vegen, telefoon: Yes, come now. Yes!!! In het gezelschap van een Zuid-Amerikaans uitziende Australier, een blonde Hollandse en een kleine Brit, worden we in een taxi gezet, op weg naar de set. Misschien heeft m’n bril het gedaan, of Johan z’n crew cut kapsel?

klap van Bollywoodfilm

We rijden 2 uur, taxi, trein, taxi. Komen aan ergens aan de zee. Een verpletterende stank van visnetten die als decor dienstdoen. Schitterend licht, veel lawaai, veeeel volk. Ze zijn een danssequentie aan het opnemen, solo’s, een soort kruising tussen een vogeltjesdans en een bamba. De muziek klinkt erg Westers en, het moet gezegd, meeslepend.

Sit and watch.

Om 2 uur ’s nachts zitten we daar nog. De Australier is al ‘ns in beeld geweest, alle anderen niet. We zijn het nu wel stikbeu. Nog drie uur. De choreografe is in gevecht met de hoofdactrice die haar danspassen niet wil doen. Zij heeft namelijk in haar eigen variant gemaakt, come, in one take. Klinkt bekend van op de Emmaset. Dan opeens, come yes, we teach you the steps. ???!!! Wat volgt, hoort thuis in de annalen. Johan die met enthoesiasme danspassen inoefent en uitvoert. Yes, you stay in the middle! We moeten meedansen, het verhaal is blijkbaar dat het dansje zo aanstekelijk is dat ook de Western People rechtspringen en mee beginnen te doen. Tot 7 uur in de ochtend, als het licht wordt.

En zo verwierven wij eeuwige roem op een Bollywoodset. Titel van de film: Coffee Shop.

No pictures, zegt onze jonge gids. Hij draagt een zwarte muts tot vlak  boven z’n ogen.  We springen de trein op, en vertrekken voor een onwaarschijnlijke tour: een geleid bezoek aan Dharavi, een sloppenwijk van 1 miljoen mensen, geprangd op 1,7 km2  tussen 2 spoorlijnen en een grote weg. Elke dag groeit hun aantal aan. I work for an NGO, zegt de gids, we teach the children of the slum.  Aan de volgende halte springen nieuwe  reizigers op de trein en wringen zich tussen  de banken. Het went. Plots hoor ik vlakbij het geluid van stromend water, het komt uit de broek van de gast naast mij. ?? Hij haalt z’n hand uit z’n zak: Hello? Het was de ringtone van z’n mobile.  Next station zegt onze gids.  

We komen aan de grauwe constructies met gegolfde daken, en gaan het slum in, een straatje van een halve meter. Onder ons een open riool.  Mannen met allerlei werktuigen passeren ons, vrouwen met kinderen.  Ze verschillen in niets van de vrouwen die ik totnutoe heb gezien hier: helgekleurde saree, hoe ze zo proper kunnen blijven in deze omgeving is me een raadsel. The government gives them 1 hour of running water a day, and 3  hours of electricity, zegt de gids. We moeten even doorgang laten aan een rij jongetjes die nieuwe computertassen naar buiten dragen. Het soort zwarte tas dat we allemaal hebben. They’re making them here, zegt de gids. Cheap.  Come.

Hij loodst ons een ruimte in die uitpuilt van de plastic flessen. Here they cut the plastic in smaller pieces, then they sell it to other people, there. We lopen snel door naar een andere ruimte waar grote waterbakken staan.  Here they make the pieces very small and wash them. Then, come – we kruipen langs een smalle trap het dak op – here they dry the  small plastic chips, and they sell it to other people who melt it en dye it in the colour you want. All this happens in the slum. Then they sell it to a company outside, this company  makes new plastic things.  In sneltreintempo loodst hij ons langs een recyclageruimte voor olievaten, blikken, metaal. De lucht is dik van de rook, de geuren zijn ondefineerbaar maar ongetwijfeld giftig. Who pays these people, vraag ik.  The owner, zegt de gids, he lives outside in a big house. Een hele schaduweconomie draait hier dus: een miljoen belachelijk goedkope arbeidskrachten, niet gehinderd door welke veiligheidsvoorschriften dan ook, in dienst van rijke companies of tussenpersonen. We lopen nu door een ruimte waar tientallen mannen op de grond aan een naaimachine zitten. Het afgewerkte product herken ik, het zijn de hemden die je hier in betere winkels kan kopen. 15 rupees a shirt zegt de gids. In de winkel 500.  Wat verder is er een open ruimte met een groot vuur. Every day hey’re burning their garbage, zegt de gids. Mumbai garbage collectors don’t come here.  Ik zie verschillende kleine bruine beesten wegglippen.

Dharavi is under pressure , this is expensive ground zegt de gids, central Mumbai. Contractors want to develop this land and build offices. And the people, vraag ik. Some will get some square meters in a building, but most of them will be expelled, and create  a new slum in another part of town.    

Later op de dag zie ik ze.  Ze wonen op een stuk laken op de trottoirs, hele families samen.     

dhobi ghat

Do you want to have your laundry done vragen ze in het hotel. Ja hoor, alles stinkt. ’s Avonds krijgen we de was keurig opgevouwen terug, ingepakt in een oude krant. Aan elk kledingstuk hangt een wit stukje katoen met een nummertje erop. De was is blijkbaar in de wasserij geweest. In de Dhobi Ghat, zegt  het hotel. We gaan kijken.  Van ver  ziet het eruit als een slum, vanop de treinbrug kunnen we beter kijken. Alle  was hangt keurig  te drogen, kleur per kleur, broeken bij broeken. Het krioelt van mensen die elk een specifieke job doen: water  bijvullen, zeepsop maken, kleren schoonschrobben – in meer dan 1000  openluchtbakken!   

wasjongen in Dhobi Ghat, Mumbay

In het midden zien we een jongetje zichzelf inzepen en meewassen. Aan de ingang is het een gedrum van porters met grote balen wasgoed op hun hoofd die komen leveren of afhalen. Een hallucinant gezicht.

Terug in de stad blijken de snackbars veel fietsers aan te trekken.  Als we beter kijken, zien we dat ze volhangen met van alles: thermosflessen en lunchdozen. In de Lonely Planet - de bijbel van elke budget traveller - vinden we de uitleg. 5000  snackbars (dhaba-wallas)   leveren  elke dag  200.000 maaltijden in bedrijven en aan huis. Dat gebeurt met de fiets. Ze halen je hoogstpersoonlijke lunchbox af, en je krijgt ze gevuld terug. De mannen  die het doen kunnen meestal niet lezen, dus hebben ze een ingenieus systeem met kleurtjes.  Ze gaan er prat op dat ze maar 1 fout maken op 6 miljoen leveringen!  We heben geen lunchbox bij,   dus we geloven ze op hun woord.                

delivery boys in Mumbai

   

Veel soorten mensen zijn er hier: hindu’s, islamieten van licht tot volledig gesluierd, christenen, methodisten, joden, allemaal bont door elkaar, in een relaxte sfeer. Hopelijk blijft het zo. Een aantal jaar geleden is er een fundamentalistische aanslag geweest in de de metro…. 

We kopen een kaartje voor 6 rupees, 5 Belg fr. De metro loopt helemaal bovengronds, dwars door de stad van boven naar beneden. Er zijn geen deuren, de coupees zijn breed. Plaats zat. Denk ik. Op het moment dat de trein zich in beweging zet, komen er plots een massa mannen aangespurt. De banken zitten meteen vol. Bij het volgende station maken we kennis met de plaatselijke sport: jonge gasten lanceren zich op de trein terwijl die nog rijdt, en duwen met geweld iedereen die rechtstaat opzij. Ze wringen tot ze tussen de banken staan, tussen onze benen in. Want aan de ingangen sta je geen moment rustig. Nu kan er echt niemand meer bij, denk ik. Maar ze blijven komen, bij elk station meer, ze grijpen een lus aan het plafond, en duwen zich half hangend naar binnen. Uitstappen is: naar voren duiken nog terwijl de trein rijdt, en springen. Ik begin me ernstig zorgen te maken. De jonge gast voor ons vertelt dat er dagelijks mensen onder de trein vallen of geduwd worden. Hij heeft het vorig jaar voor z’n ogen zien gebeuren.  Twee haltes voor we eraf moeten, duwen we onszelf in de richting van de opening. Stevig hangend aan de lussen. Het blijkt de normale procedure, iedereen doet het. Dan, op het moment dat de trein bijna stopt, pers ik me naar voor en spring eraf, samen met een 20-tal Mumbaiers. Het werkt. Een beetje dizzy lopen we het perron af.

 Gateway of India, Mumbai

Eindelijk een stad. Ik voel me meteen goed. Massa’s mensen, taxi’s, winkeltjes, straatverkopers. Aan de bedelaars en slapende mensen op straat zijn we – treurig maar waar – nu al gewend.  Dit stadsdeel is ook onwaarschijnlijk proper, er zijn trottoirs, je struikelt niet over het afval, geen koeien op straat. Dit is uiteraard het sjieke stadsdeel. Als we ’s avonds een bar binnenstappen, wordt Johan vriendelijk maar beslist de toegang geweigerd vanwege blote onderbenen en sandalen. Aan het eind van de straat houdt alles ineens op: de zee! Daar staat ook de Gateway of India, gebouwd door de Britse bezetter – en langsdaar hebben ook de laatste Britse soldaten het land verlaten.   Vlak erachter staat een onwaarschijnlijk sjiek hotel, gebouwd door Tata.  Zo heet de duurste familie van India. Rond 1900 mocht meneer Tata niet binnen in een “whites only” hotel, en dan heeft hij er zelf maar eentje neergezet. Ik had gedacht om hier veel vrouwen in Westerse kleren te zien, maar noppes: allemaal sarees.

We eten verrukkelijk, vegetarisch en vlees, maar… hier is het echt duur. Westerse prijzen.  marine drive Mumbay

Morgen gaan we naar het noorden, waar de “normale” Mumbayers wonen.  

 sarees

In China liepen ze allemaal in de hipste jeans, of in modieuze pakjes, compleet Westers, maar hier in India is dat wel even anders. Ik heb hier nog maar een paar vrouwen gezien die er “Westers” uitzagen, al de rest is gehuld in die kleurrijke sarees. 6 meter stof, vaak zijde, ingenieus om hen heen gewikkeld. Alleen jonge meisjes lopen wel ‘ns in jeans, maar altijd afgewerkt met de sjaal. Ik heb de indruk dat een vrouw eens getrouwd, overgaat tot de traditionele mode. De kleuren zijn oogverblindend – misschien heeft het te maken met het licht – en de combinaties zijn geweldig: paarse broek, rode tuniek, lichtpaarse sjaal. Rode broek, groene tuniek, rode sjaal met gouden stipjes, allemaal heel geraffineerd. En allemaal hebben ze een rood stipje tussen hun ogen “happy long life”. Kleurstof, of tatouage? Wachtend op de bus, zie ik  een groepje vrouwen-met-zoontjes druk in discussie over mij.  Eentje neemt de leiding, en ze komen naar me toe.   Indische vrouw met happy long life tussen de ogen

Uit welk land ik kom? Belgium, Antwerp, diamonds!Getrouwd? Ja, zoals gewoonlijk, om onduidelijkheid te vermijden. Zonen? Nee. Dochters ook niet. My son, zegt de vrouw trots. My husband. Works in diamond industry.  Nu komt de man er ook bij staan. Hij spreekt johan aan.  No son? en hoeveel jaar al getrouwd? Vijf, liegen we (we zijn al 13 jaar samen) Vijf jaar, en geen zoon? Hij kijkt veelbetekend naar de rest van de mannen. De vrouwen slaan hun ogen ten hemel. Komen me nu een voor een hun kids tonen: “my son”. Je zal maar een dochter zijn. Dan komt de eerste nog dichterbij, en neemt mijn arm vast. Verbazing, geen armbanden, geen oorringen, geen halskettingen, geen neusversiering? Ook geen enkelkettingkjes, geen ringen, ook niet aan mijn tenen? Nu beginnen ze me een voor een hun talloze juwelen te tonen. Ik heb de indruk dat het deel uitmaakt van een geheel van codes, dat je als vrouw een aantal sieraden moet dragen om te tonen dat je getrouwd bent, hoeveel zonen je hebt, tot welke kaste je behoort. Ze proberen me nu een aantal van hun kettingen aan te doen, als een Westerse barbiepop. Ze vinden unaniem dat het me prachtig staat. Dan haalt een van hen een pakje boven met rode stipjes, en voor ik het weet plakt er eentje tussen m’n ogen. En zo weet ik het nu: het is geen kleurstof,  het is een soort fluweel, en daarom ziet het er altijd zo gaaf uit. Als het erafkomt vervangen ze het gewoon. Maar als ik m’n gezicht was, blijft het er op. En wie durft er nu een happy long life verwijderen?

 Ajanta, boeddhatempel uitgehouwen in basaltrots<

Het is godgeklaagd. Wat bezielt perfect gezonde mensen om een etmaal en meer door te brengen in een kunstmatig koud geblazen omgeving? Buiten is het een aangename 25 graden, binnen vriest onze adem ongeveer aan de ramen, en raast er een soort luchtstorm van ettelijke beauforts. Iedereen hult zich in dekens en dikke jassen. Zelf draag ik lange mouwen, een lange broek en een fleece, een sjaal rond m’n hoofd, daarboven m’n baseballpet, ik heb me m’n zijden slaapzak om me heen gedrapeerd, een steriel doekje voor m’n neus en mond, maar niets gebaat. Na een kwartier zit ik te klappertanden. Om me heen begint het ziekelijke gehoest. Niet zomaar hoesten, nee, onbedaarlijk geblaf van longontstekingen of op z’n minst chronische aandoeningen. Kinderen het ergst. We zijn op weg van Arambol aan de kust naar het binnenland: Aurangabad. Dat wordt onze uitvalbasis om de boeddhistische tempels te zien, 2000 jaar geleden uitgehouwen uit basaltrotsen. Johan wil er absoluut naartoe. Deze keer wilden we slapen op de sleeperbus, en dus hebben we een zetel gereserveerd in een volvobus – een bus met veringen. Maar dus ook met airco. Tegen de ochtend zitten m’n ogen dicht, m’n stem is weg, en m’n slijmvliezen hebben opnieuw de noodtoestand afgekondigd. M’n stemming bereikt een absoluut dieptepunt, als de bus stopt voor thee. How much? vraag ik. 5 rupees. Als ik opsta om te betalen, ontstaat een situatie die we nu al 100 keer hebben meegemaakt: no, 10 rupees, tea is 10 rupees. Want we zijn immers toeristen.
En intussen hebben we geboekt voor de hipste stad van India: Mumbai. In een Volvobus. Met airco. Vanavond vertrekken we.

 johan in gevecht met golf

Er is relatief weinig volk op het strand hier. Tegen de avond komen de Indische vrouwen, en gaan volledig gekleed het water in. In tegenstelling tot hun mannen die de hele dag in zwembroek naar de toeristen liggen te kijken. Ik heb een zonneslag en Johan verplicht me om in de schaduw te gaan zitten – ik was weer niet te houden. De zee is fantastisch, golven van meters hoog bij vloed, warm. Erg vreemd om in de shops de agenda’s voor 2008 te zien liggen, blijkbaar is het december! Ter attentie van Nico: Arambol is Kathmandu x 30. Ga er naartoe voor het door projectontwikkelaars is verknoeid. Shops, hippies en seventies al over, do you want to smoke?

We hebben intussen al een paar keer een boek dat we gelezen hadden, geruild in een tweedehandsshop. Vreemd gevoel, afstand doen van een boek. Het laatste was van Margaret Atwood, “Alias Grace”. Achtergelaten in Udaipur, in ruil voor een discount op een boek van een Indische schrijfster “Inside the haveli” van Rama Mehta. (lezen, Trees!) Wat zie ik vanmiddag op het strand? De oranje cover van “Alias Grace”, zo goed als intact, met alleen de rug een paar keer gekraakt. Precies zoals we het achtergelaten hadden in Udaipur. Een toeriste ligt het boek te lezen. Even wil ik ernaartoe om te vragen of ze het in Udaipur heeft gekocht. Ik heb hier namelijk in geen enkele tweedehandsshop een boek van Atwood gegzien  – dit kan geen toeval zijn. Maar dan bedenk ik me. Ik vraag het niet. In mijn hoofd is het hetzelfde boek, dat nu z’n eigen reis begonnen is. Prettige gedachte toch?

tine met dosa, papad en roti

Weinig McDonalds hier, en laat het asjeblief zo blijven. Ze hebben hier de meest onwaarschijnlijk lekkere soorten deegbereidingen. Om te beginnen: dosa, een krokante pannenkoek van een halve meter doorsnee. Papad, een soort grote chips gemaakt van linzen. Puri, een pannenkoek die zichzelf opblaast tot een ballon, en die je dan zacht in elkaar kan laten klappen. Naan is droog brood uit de tandoori-oven. Roti is daar een zachtere variant van, chapati is ietsje groter, en een parantha is een dubbele pannenkoek die ze graag opvullen met aardappels of kaas. Daar is een fluf hamburgerbroodje toch niks bij vergeleken!

Het paradijs van de vegetariers, dat is het. Voor ons vleesetende westerlingen lijkt het de omgekeerde wereld: op de menukaarten staan eerst 30 gerechten VEG, en dan  volgt een beknopte afdeling NONVEG, met kip, of schaap. Ander vlees eten ze hier niet – heilige koeien. Het is meer dan een week geleden dat ik vlees heb gegeten, en ik had het niet eens gemerkt. Gemarineerde champignons, spinazie, bloemkool, 20 manieren om aardappels te serveren, okra’s, aubergines, allemaal in smakelijke sausjes, veel met yoghurt. Als aperitiefhapje groentenfrietjes, of groentensmoutebollen. Johan is dermate enthoesiast dat hij van nu af aan alleen nog Indisch wil koken – iedereen goed genoteerd?

Tegen de dorst heb ik de meest merkwaardige combinatie ontdekt: salted lime soda. geperste limoen, een flinke schep zout erbij, en mengen met spuitwater. Of gezouten yoghurt.  Ik ben dol op zoutzure combinaties. Cola doet nochtans z’n best: om hun marktaandeel te houden, produceren ze hier ook puur spuitwater in flesjes.

En daarjuist kwamen we langs een winkeltje met een reusachtige COKE koelkast, helemaal gevuld. Johan kon de verleiding niet weerstaan en vroeg een coca cola. Maar ze hadden alleen Pepsi. India op z’n best.