You are currently browsing the category archive for the 'gobi' category.

voor duin in Gobi

Fantastisch, zo’n collega. Zolang de hemelse firewall ons blokkeert kunnen we gebruik maken van Frank zn server met wordpress erop – die ze hier in China niet censureren (hopen we toch). Dankzij hem proberen we jullie dus verder te laten weten hoe het ons vergaat de volgende maand (voor zover we internetbars vinden in de Himalaya – ook niet voor de hand liggend …) – vanaf Nepal keren we dan waarschijnlijk terug naar wordpress zelf. MERCI FRANK!

ps je kan hier ook je comments achterlaten, er zal niks verloren gaan. alleen de comments op “wie en wat” zijn hier niet zichbaar, maar vanaf november zal je ze weer kunnen lezen.

Airag is de Mongoolse naam. ‘t Is paardenmelk die ruikt naar gist die je koopt om deeg te laten rijzen, en ze smaakt naar zuur bier met belletjes in. Je kan er erg dronken van worden. Hasja vertelt ons dat er jaarlijkse wedstrijden worden gehouden, als in het filmpje, en dan de winnaar telkens een halve liter ad fundum. een mannenzaak, maar ‘t is leuk als de teoristen het ook ns doen… ik heb het intussen allemaal begrepen: voedsel is het domein van vrouwen, zij bereiden en bieden aan.  

drinkende paarden

Net voor we de tent in gingen, kwamen er 2 zwarte honden naar ons toe. Hasja gooide ze wat brood toe, en ze bleven voor onze tent liggen. Midden in de nacht klonk er een aanzwellend geluid van paardenhoeven, in de richting van de tent. Dan plots hevig geblaf van de honden. Zij dreven de paarden een andere richting uit, zodat ze de tent niet zouden beschadigen. Zelfs toen ik ging plassen weken ze geen duimbreed van mn zij. En dat allemaal voor nog een stuk brood in de ochtend. Hasja zegt dat deze honden van niemand zijn, ze leven van wat ze toegeworpen krijgen. En ze werken ervoor. 

Mensen en dieren in de Gobi helpen elkaar. Waar mensen aankomen, verzamelt zich binnen de korste keren een troep kamelen….

Gobi zonsopgang

‘t Heeft niet veel zin te schrijven over iets waar geen woorden voor zijn. Zonsondergangen, zonsopgangen, het magische moment net daarvoor, het geluid van stilte, de maan die als een spot het land verlicht. De sterren. Frank, mn broer- weerman, zou hier wild worden. De sterren staan als een grote stolp rond ons heen. Van horizon tot horizon. Hasja, onze gids, helpt ons over deze existentiele ervaring heen: hij is vast van plan om ons elke avond te entertainen. Hij heeft Abba opgezet, en toont ons onder enthoesiaste commentaar al de foto’s en filmpjes op zn gsm. Als hij merkt dat we veel naar boven kijken, begint hij een spelletje “om het eerst een satelliet vinden”. Hij wint.

Voor dag en dauw horen we het geschreeuw van de kamelen die gemolken willen worden. Bij het ontbijt is er kamelenyoghurt. Scherper dan die van geit, we bedanken beleefd. Onze gids Hasja belooft ons voor vanavond gebakken kamelenvlees.

een tent naast een yurt 

Na 2 dagen Gobi zijn we teruggevallen op de basic behoeften van een mens: eten, drinken, kleren tegen weer en wind, dak boven het hoofd. Het weer is onvoorspelbaar: hier brandt de zon tot 28 graden, 50 km verder is het nog 18 en soms is het water in ons drinkbusje ’s morgens bevroren. Alleen de wind blaast constant. ’s Nachts slaap ik nu met 5 lagen en heb nog kou. Maar overal die leegte, dat verre uitzicht tot aan de horizon. Daardoor staan we onverwacht ook voor een heel nieuw soort probleem: waar moet je in ’s hemelsnaam je gevoeg doen zonder struik of bergje of gebouw? Voor de deur van de auto liefst toch niet, laat staan voor de tent.  Dan maar met de kont bloot, 100 meter verder。Nee, dan een geit, die heeft het een stuk makkelijker hier. Maar dat is dan ook geen toerist.

De yurt is warm, er brandt een kacheltje waarvan de rook langs een schouwpijp recht door de nok van de tent naar buiten gaat. Er staat van alles te pruttelen. De vrouw des huizes nodigt ons uit om voor het huisaltaartje te gaan zitten. “Tine, du brot machen mit etwas” Ik smeer boterhammen met choco. De man eet er wat van. Intussen zijn er drie koppen voor ons neergezet met een witte substantie. Thee. De geur is intens dierlijk. Het is zoute thee, verrassend drinkbaar eigenlijk. Onze gastheer gooit er een paar stukken gekookt vlees in, en nodigt ons uit hetzelfde te doen. Toch liever niet. Ze lachen. Dan volgt een schotel met iets dat er als witte kaas uitziet. Het is hard als steen. Hasja legt uit dat het gedroogde geitenyoghurt is. Johan past, maar ik vind het wel leuk om aan te knabbelen. Volgt een gigantische kom met “gewone” geitenyoghurt, lekker maar bitter – suiker is alleen voor de kinderen zegt Hasja – en ten slotte een delicatesse: een soort gedroogde, gelige room. Alleen een beetje moeilijk dat iedereen er met z’n handen aan zit. Want intussen is opa binnengekomen, en 2 broers, en die doen allemaal mee. Jammer dat we niet kunnen communiceren, er is een intens gesprek gaande, maar dat loopt tussen Hasja en de familie. Wij blijven de zoveelste toeristen.

nomadenmaaltijd

Stukje vlees, gebaart de vrouw des huizes. Ook daar passen we voor. Met haar handen vist ze wat vlees uit de pan, en legt het in een kom. Opa haalt een groot mes boven, en eet er een paar stukken van. Dan volgt de rest.

Als we in het donker naar onze tenten lopen, vertelt Hasja dat bijna de helft van de 2,6 miljoen Mongolen nomaden zijn. Zes maanden trekken ze rond, de andere zes gaan ze naar hun winterverblijf, in een dorp. Onze tent is koud, ik heb nu vijf lagen nodig en lig nog te bibberen. Sliepen we maar in de yurt.

Een Nissan Terrano met het stuur aan de rechterkant. Dat is ons vervoermiddel. Hasja – chauffeur, kok, tolk, gids, en dat allemaal in gebroken Duits – geeft er een lap op. 50 per uur over wegen die nauwelijks zichtbaar, laat staan berijdbaar zijn. Op de achterbank kweek ik geweldige armspieren door me vast te houden aan de zijhendels. Langs de weg vliegen roofvogels op, spurten schapen en geiten weg, en galopperen paarden voorbij. En altijd een witte yurt aan de horizon. yurt

Die yurts! De meeste met een satellietschotel voor hun televisie en een zonnepaneel voor hun elektriciteit. Maar geen stromend water, geen toilet, en specifieke eetgewoontes. Elke yurt heeft zn eigen geur, afhankelijk van het soort dieren dat de eigenaars kweken. Geit, schaap, of paard.

We kamperen naast geitenkwekers. “Du Tina, Suppe machen” – terwijl de mannen de tent opzetten. Ik besef dat dit noch de plaats noch het moment is voor een feministische discussie. Een nomade te paard komt aan, stopt en gaat bij de soep op de grond zitten. Hasja spreekt met hem. Ik moet hem een kom soep en brood geven. Dan vertrekt de man. We zijn we uitgenodigd om in de yurt te gaan eten, zegt Hasha.