We zitten nu in Hotel Vista Pacifico hoog in de heuvels rond Jaco, met zwembad en uitzicht.

in Hotel Visto Pacifico in Jaco

Johan heeft cd’s gekocht, en dat betekent dat het einde van onze vakantie nadert. Het zijn onbekende namen – Malpais, Ray Tico, en Walter Ferguson. Klonken goed bij voorbeluistering in de shop. Hoe hij ze telkens weer weet te vinden, is me een raadsel.

Ik heb mijn lievelings-tropendrank herontdekt: spuitwater met limoensap en een half lepeltje zout. De regen ben ik nu gewend, maar het blijft een raar gevoel om doornat te zijn van zweet én regen tegelijk. Mijn haar steekt elke ochtend verwilderd alle richtingen uit, tot groot vermaak van Johan. Ik strijk het plat met m’n handen. De sokken die we hebben gewassen, hangen al twee dagen binnen te drogen bij de ventilator. En zout uit een zoutvatje krijgen vergt engelengeduld. Maar voor mijn sinussen zijn deze weersomstandigeheden een zegen.

“Con mucho gusto”, dat is de uitdrukking die ik hier het meest heb gehoord. Costa-Ricanen zijn supervriendelijk voor de toeristen. We zijn niet bestolen en hebben niet het gevoel te zijn afgezet. In de stad staan er wel security guards aan de supermarkt met de revolver trekkensklaar. De TV-toestellen op het terras van restaurants hangen in een afgesloten metalen kooi, tegen de dieven. En de huizen zelf staan vaak ook in een kooi, zodat het lijkt of er gevangenen wonen.

bij ons in Costa Rica gaan ze niet inbreken

Op de televisie spelen ze verhalen over sneeuw en haardvuren, en onze hoteleigenaars hebben juist de laatste hand aan de kerstversieringen gelegd..

Zalig kerstfeest!