In de supermercado hebben ze aloé-vera-gel die zou helpen tegen de jeuk. Whatever, ik zal het toch moeten uitzweten.
We kopen meteen ook ons voorraadje bananen. De cassière vraagt of ik het verschil ken: de kleine, de banana, eet je uit de hand, de grote platano bak je in de pan.
Dus in België eten we bananas. En die zijn altijd krom. Platanos daarentegen kunnen ook recht zijn. Met een buikje. Jammer dat we die bij ons niet kunnen kopen, want ik vind die het lekkerst.
In de supermercado hadden ze alleen kromme; de foto is niet wat hij had kunnen zijn.

banaña en platano

Als Europeaan word je wel bescheiden hier. Betalen is in dollares of colones, hun nationale munt. In euro zijn ze niet geïnteresseerd. In China – tot onze verbazing – was dat wel anders. En nu pas hoor ik dat colones afgeleid is van Christobal Colon, jawel, de ontdekkingsreiziger.

Kokosnoten hoeven we niet te kopen, die vallen van de bomen op ons terras. En dan haalt Johan zijn multifunctioneel Zwitsers mes te voorschijn.

En intussen blijft de tropische regen neerstromen. Onze paperbacks krijgen spontaan omgekrulde covers van het vocht. En onze kleren waren al nat – drogen lukt niet meer.

Als we het beu zijn, gaan we buiten in de regen in de jacuzzi zitten.

‘t Wordt tijd dat we op zoek gaan naar wat zon. Nu gooien we ons in het meest toeristische deel van de Pacific Coast. We gaan naar Ojochal.

PS Dirk: internet is hier supersupertraag; ongeveer 2 uur om een filmpje van 1 minuut op te loaden. Foto’s idemdito.