We staan bibberend te wachten op onze gids. Het is een korte nacht geweest. Een groep Franse damessenioren gaat met ons mee, perfect uitgerust met mutsen en handschoenen.
Gisteren hebben we in de berghut informatie over de quetzal gelezen: hij is klein, gele snavel, rode buik, mannetje met groene kap, vrouwtje met blauwe. De veren fluoresceren in het licht. Voor de Inca’s en de Maya’s waren ze meer waard dan goud. Wie de vogel doodde, werd zelf omgebracht. Zal hij zich aan ons laten zien? Ik betwijfel het.
We klimmen het moerassige pad op. Geen tien minuten later zink ik tot aan mijn enkels in de modder; Johan moet me eruit trekken. Intussen brengt onze gids een niet-aflatende stroom van vogelgeluiden voort. Hij stopt, kijkt hoopvol rond, loopt voort, stopt weer. Geen quetzal. De Françaises zijn er stil van.
We klimmen nog hoger. De gids stopt weer, raapt een klein groen bolletje van de grond. “Little avocado, food of quetzal.” Hij wijst: “Yesterday he was there, today no see”. We geven het avocadootje door alsof het een relikwie is.
De gids koert nog wat, zeer weinig overtuigend nu, en geeft het dan op. “Lo siento, no show today”.
En daarvoor zijn we zo vroeg opgestaan.
Dan komt plots een man ons tegemoet gerend; hij zwaait met z’n armen: “Quetzal, other side!” Er wordt nu gelopen, ik val languit in de modder, maar krabbel welgemutst weer overeind, want hij is geland!
Even verder staat de groep op een kluitje bij elkaar, de oh’s en ah’s zijn niet van de lucht. “Waar?” hijg ik. Johan doet een omstandige uitleg van boomstammen, takken en bladeren – ik zie alleen groen. Pas als er iets beweegt heb ik hem: verrassend klein, en on-woud-achtig:
Met die groene kap en die vleugels lijkt hij een lappenpop die bij wijze van grap in de boom is neergezet. Mijnheer De Uil.
Tien minuten later lopen we opnieuw; het vrouwtje is geland. Maar van haar krijgen we alleen wat blauw te zien. Mevrouw heeft ons haar kont toegedraaid.









Plaats een reactie
Feed met reacties voor dit artikel