stappenteller

Bij onze tussenstop in Singapore, heb ik een”stappenteller” gekocht. Je hangt die aan je kleren, en hij telt het aantal stappen die ik zet, het aantal afgelegde kilometers, en het aantal verbrande kalorieën. Dat laatste interesseert me niet zo, wel het aantal stappen. Om gezond te blijven, zegt de handleiding, moet je er elke dag 10.000 zetten. Ik voel het, sinds we terug zijn, heb ik veel te weinig gestapt. Vanochtend heb ik de stappenteller voor het eerst aangehangen. Al 1320. Wel oneerlijk dat hij de trappen niet meetelt. Ik wil meer stappen, vorig weekend hebben Johan en ik een wandeling van Natuurpunt gemaakt. Maar wat is de luchtkwaliteit hier slecht! Bijna even erg als in Bejing. Johan heeft keelpijn, en ik heb weer veel last van m’n oude sinusitis.

Nog een nieuwe gewoonte: appel + kiwi eten bij het ontbijt. En eten zittend aan een tafel, niet meer voor de televisie hangend. En het brood toasten. Allemaal dingen die we op reis hebben her-ontdekt. Daar was eten een basisprioriteit – een bank vinden, of een steen! een winkeltje!

Mensen met kinderen weten dat. Wij waren het een beetje vergeten.

Idem met slapen. Sinds ik terugben, val ik zonder problemen als een blok in slaap. Ik heb geleerd weer naar m’n lichaam te luisteren: moe is moe, dus bed in. Opstaan gaat ook vanzelf. Dat heeft alles te maken met ons slaapregime op reis. Zelden na middernacht gaan slapen, zelden na 9 uur opgestaan. Als je in Tibet in een kamertje zit met een lemen vloer zonder verwarming of elektriciteit, dan ben je blij dat je als het donker wordt onder de dekens kan kruipen.

Want dat is nog iets dat ik geleerd heb: respect voor het dagritme. Morgenstond met goud in de mond. Dat er op reis meestal geen computer in de buurt was, en weinig televisie, hielp uiteraard.

Nu nog alleen volhouden.