geaccidenteerde valies

De check-in voor onze laatste vlucht slaat alles: alle handbagages worden uitgeladen, als waren we een troep staatsgevaarlijke gangsters. Mijn zorgvuldige opstapeling van souvenirs is op 2 minuten tot chaos herschapen. Er ontstaat beroering als bij Johan een mini-flesje Chinese vodka wordt ontdekt. Van in Tibet sleept hij dat mee, vier maanden lang. Nu op de valreep toch niet in beslaggenomen? De 2 controlerende dames lopen ermee naar hun mannelijke collega’s. Het flesje gaat van hand tot hand, de mannen zijn duidelijk geinteresseerd. Johan kan het niet meer aanzien en loopt gefrustreerd door. Maar dan opeens verschijnt het flesje opnieuw, ingepakt in een doorschijnend plastic zakje. Het heeft de controle doorstaan!

Van Singapore naar Parijs hebben we 1 derde meer plaats: de zetel naast mij blijft leeg. Singapore Airlines legt ons in de watten: sokken, drankjes, fruit, snoepjes, 50 films on demand, CD’s, computergames. Ik speel me suf.

Stipt 14 uur later landen we op Paris Charles de Gaulle. Het is nog altijd maandag 11 februari, 6u30 in de ochtend. We hebben nog 3 uur tijd voor de Thalys vertrekt. Koffie! Y en a pas. La machine est en panne. Badoit alors? Ik toon het op de menukaart. Non-plus. Dit lijkt India wel. De eerste contacten met Europa verlopen stroef. En iedereen zo donker gekleed – zijn ze in de rouw? Als ik naar het toilet ga om warme kleren aan te doen, moet ik een halve euro betalen. Alles wordt nu hoe langer hoe onwezenlijker. Bij het binnenrijden van België, valt het me op hoeveel lelijke oude huizen hier staan. Nooit eerder gezien. En nergens groen aan de bomen. In Mechelen sta ik aan te schuiven voor de busticketjes. Voor mij staat een neger. Hij wordt deskundig getergd door de bediende, die mij spontaan deelgenoot maakt. “Bij die mannen is het nooit in orde”. Ik draai me gedegouteerd om.

huis in Muizen

Het staat er nog. Als Johan de deur opendoet, horen we de kat de trap af komen rennen. Dit is het: op reis gaan om thuis te kunnen komen.