You are currently browsing the monthly archive for februari, 2008.
Het is razendsnel gegaan. Vorige week was alles nog brandnieuw. Alsof ik alles voor de eerste keer deed. Maar o wat is dat snel weg. Ik ben weer helemaal terug in de routine van vóór de reis. Met enige weemoed heb ik zopas mijn mapje “reisvoorbereiding” teruggevonden. Ik ben al helemaal in de modus “werkvoorbereiding”. Heb op televisie kritisch naar “Sarah” gekeken, de tegenpool van onze “Emma”. Ben begonnen met het opruimen van het bureaublad van m’n portable. Nog één week en ik ben weer fulltime werkneemster. En nog veel te doen: administratie verwerken, de tuin ….. ik wou de badkamer nog schilderen, maar dat plan is echt te hoog gegrepen. Later dan maar. Een ding is me duidelijk: deze gigantische luxe waarin we hier zitten, leidt ons af van de essentie.
Intussen wel veel leuke momenten beleefd met het terugzien van iedereen. Grappig ook: omdat ze de blog hebben gevolgd, weten ze waar we gezeten hebben. We hoeven we dus niet van a tot z uit te leggen wat we allemaal hebben meegemaakt. Vijf maanden en een week! De gesprekken lopen in de zin van: “zeg, in Moskou, dat ticket voor de Transsiberische Express, dat was nogal een gedoe!” of “dat Engels in Nieuw-Zeeland, moeilijk te begrijpen blijkbaar!”. En dan ben ik gelanceerd voor het volgende kwartier. Zo leuk om weer bij vrienden te zijn! Dat heb ik echt gemist op reis.
Eén vraag komt onvermijdelijk aan het slot van de gesprekken: “zo dag in dag uit samen zijn….is dat soms niet moeilijk geweest?” Ha, nieuwsgierig! Eigenlijk hebben we weinig ruzie gemaakt. We zijn sowieso veel en graag samen, hier thuis ook. Maar als het dan losbarstte, was het wel meteen heftig – zo zijn we ook. Ik heb het gevoel dat we er versterkt uitgekomen zijn. Weet je wat het is? Omdat we 100% op elkaar waren aangewezen, waren we wel verplicht om conflicten grondig uit te praten. Ik heb het gevoel dat ik Johan nog beter begrijp nu. Leve het lange reizen.
Ik heb weer een agenda. Meegebracht uit Auckland, maar vorige week angstvallig ingepakt gelaten. Maar nu moet ik wel, want het papiertje met afspraken wordt te ingewikkeld. Dit is een sleutelmoment. Een soort symbolisch einde van de absolute vrijheid waar ik de afgelopen zes maanden in heb geleefd. Het is zo dubbelzinnig, want in die agenda staan voorlopig vooral leuke afspraken, met vriendinnen en vrienden. Maar hij doet me wel aan het werk denken – ik heb gelukkig nog twee weken vakantie. En waarom moet je elkaar zien “om 14u”? Is “in de loop van de namiddag” ook niet goed?
Gisteren op bezoek bij de ouders van Johan. Daar lagen – grappig – onze eigen pakjes op ons te wachten: 1 keer 5 kg en 1 keer 3 kg.

Leve India Post! Perfect aangekomen. By Sea – waar zouden die pakjes overal geweest zijn? Dat is iets wat we ook nog wel ‘ns zouden willen, een lange zeereis met de boot. Enfin, in die pakjes zaten dus alle boeken die we in India niet meer nodig hadden en die we toch graag wilden houden: de Lonely Planets van Mongolië, Nepal, woordenboeken die Johan had gekocht, een Indisch kookboek, en nog wat boeken die we spotgoedkoop in Mumbai hadden gekocht. Er is een speciaal supergoedkoop tarief in India om boeken op te sturen. Een heel gedoe was dat, toen in het postkantoor in Mumbay. De boeken moesten worden ingebonden in wit linnen. Daar zat een man die niks anders deed, uiterst deskundig. Met aan de achterkant een gat in de naad:

Voor de douane, zo kan ze meteen zien dat het om boeken gaat. Ik begrijp daar niks van: zo kan je toch ook onderweg nog van alles in dat pakje foefelen?
Voor de rest ben ik nog wat in de war: ik heb de indruk dat het kerstmis is. Ben eigenlijk blij dat het nog wat vriest, alsof m’n systeem behoefte heeft aan de winter die we hebben overgeslagen aan de andere kant van de wereld. Tegelijk heb ik neigingen om grote schoonmaak te gaan doen, alles hier in huis te veranderen (deze neiging is makkelijk te onderdrukken). Ben me scherp bewust van het waterverbruik elke keer dat ik een kraan opendraai. Ik kan ook beter tegen de kou, zet de verwarming lager dan vroeger, en trek een fleece aan. Johan vond het vroeger sowieso altijd te warm. Kijk liever naar buitenlands nieuws dan naar dat van hier. Heb wel opnieuw last van internetverslaving.
Maar één ding is zeker: de oude routine sluipt langzaam maar zeker weer m’n leven binnen.
Het is niet te doen. Sinds we terug zijn, hebben we nog geen moment rust gehad. De 2 kg die ik in Nieuw-Zeeland bijgekomen was, is er alweer af. Het leven zonder auto is ingewikkeld en vermoeiend als je niet in een stad woont. Maar: sinds gisterenmiddag rijdt hij weer. We hebben een verzekering en een nieuwe nummerplaat. Onze buurman heeft 2 keer startkabels aan onze batterij gehangen, en hij doet het weer. Een Opel Astra van 11 jaar oud, diesel, zes maanden stilgestaan voor de deur. How lucky can you get?
Onze eerste aankoop van voedselvoorraad in de Macro daarentegen deed me steil achterovervallen: het eten is hier duur, en duurder geworden sinds september – klopt dat? We laden de auto volledig vol: al onze basics waren op – olie, mosterd, pasta, rijst, dranken etc. Niet te vergeten uiteraard: kiwi’s en avocado’s.
Telenet gebeld over ons digitaal abonnement: ze hadden spontaan de smartcard gedisabled omdat we ze niet meer gebruikten. Is intussen opgelost.
Dan de belastingen. Ze hadden ons een vraag tot controle gestuurd, die we uiteraard niet hadden beantwoord, wegens niet in het land. Vandaar aangetekend schrijven. Dus afspraak gemaakt en langsgegaan: opgelost. We konden alle documenten voorleggen die ze nodig hadden. Voor de zekerheid hadden we onze vliegtickets meegenomen, maar ze geloofden ons op ons woord. Een vriendelijke belastingsmevrouw.
In huis blijft het wennen: ik ben vergeten in welke kasten welke dingen staan, en er wordt voorlopig dus veel afgezocht. Onwaarschijnlijk hoeveel dingen we hebben. Als je met basics op reis bent is alles veel simpeler: het zit in de rugzak. Het knopje aan de dampkap blijkt een draaiknop te zijn. Is dat eigenlijk nuttig, een dampkap?
We hebben intussen een nieuw lek ontdekt aan het keukenraam. Ik maak me er niet meer druk over. Schimmel op de muur, laat hem daar maar z’n gang gaan. Ik wentel me in de onwaarschijnlijke luxe van een eigen huis, een wasmachine én een droogkast – die Johan intussen weer aan de praat heeft gekregen. Ik wil er verder niet over nadenken, maar in dit (relatief kleine) huis, kunnen gemakkelijk 15 gezinnen uit het Dharavi slum in Mumbai wonen. Met hun aangetrouwde familie erbij. We hebben zopas in onze mail foto’s gekregen van de mensen die de rondleiding in het slum organiseren (zie blogroll) – destijds vroegen ze ons om zelf geen foto’s te maken uit respect.

Het beeld brengt meteen de hele sfeer terug, en het besef in wat voor een extreme verspilzucht we hier leven. Op het nieuws kijk ik met stijgende verbazing naar de politieke toestand. JoB grapte hier op de blog nog dat ze zouden wachten met de nieuwe regering tot we terugwaren – ze hebben er nog altijd geen! Tja.
Nu een koffie. Ja, ik ben teruggekomen met een (lichte) koffieverslaving. Sorry Mieke. Maar ook een – al zeg ik het zelf – veel betere conditie dan toen ik vertrok. Ik spring op de fiets en rijd 10 kilometer zonder dat ik het voel. Veel gestapt en gelopen. En mijn dag- nacht ritme is verschoven. Ik ben er al een paar dagen in geslaagd om voor middernacht in bed te kruipen. Op reis sliepen we soms om 10 uur al, en waren we meestal om 7 uur al op, voor een bus. Koffie dus.
We zijn stikkapot, maar van gaan slapen is geen sprake. Ik ben veel te opgewonden. Eerst: de kat knuffelen. Dan: inspectie van het huis. Na alles wat we hebben gezien, is het groot, en luxueus. Een volledige keuken, met potten en een servies! Het is warm, de zon schijnt door het dak. De zetels zijn een ravage, de kat heeft er haar nest in gemaakt. Wat een geluk dat we onze stoelen in de waskamer hebben gezet. Anders had ze daar haar klauwen aan gescherpt.

In de tuin zijn er een paar bloempotten gesneuveld, maar eigenlijk ziet alles er erg “normaal”uit. Niet afgebrand, niet ingebroken, geen steen door het raam. Alleen stof, kattenhaar en braakballen. Nergens sporen van lekken – wie de geschiedenis van onze verbouwing kent, weet dat dat geen evidentie is. Johan grijpt de stofzuiger en begint tot mijn verbazing aan een snelle eerste schoonmaak. Ik zoek mijn rugzakje met sleutels, papieren en GSM. Oef, het zit waar ik het had verstopt. Juist, ik had ook nog een oranje leesbril. Maar waar is m’n portable? Geen idee. Hoe is het mogelijk dat een mens niet meer weet wat ze 5 maanden geleden heeft gedaan? Ik probeer me de avond voor ons vertrek voor te stellen. Chaos. Johan is intussen de kelder ingedoken om naar de vloerverwarming te kijken. Spannend, het heeft drie jaar en twee loodgieters geduurd eer die wou werken. Ze doet het!! Ik gooi alle ramen open. Zelfs met het grote schuifraam lukt dat – enigszins moeizaam, maar dat is nu eenmaal zo in ons huis. In de slaapkamer ligt een groot papier op het bed: “Hier niet slapen, longontsteking”. Mijn handschrift. Voor wie heb ik deze boodschap achtergelaten, toch niet voor onze huisbewaarder Eddy? Voor Riet, de zus van Johan misschien? Nee, nu weet ik het: voor mezelf. Het is een waterbed, het is nu ijskoud. We moeten eerst de stekker insteken. Nu trek ik de juiste kast open, en daar ligt hij de portable. Nu pas kan ik gaan zitten. Dit is een enorme kans, zolang uit de routine gerukt zijn. We kunnen alles anders gaan doen. Relativeren.
Ik ken het paswoord van m’n portable niet meer. Ik probeer, maar fout. Dit moet ik geen drie keer meer doen. Ik ben gewoon alles vergeten! Maar wacht, ik heb daarjuist ergens een briefje zien liggen met een woord erop, waarvan ik dacht, vreemd waarom ligt dat hier. Dat moet het geweest zijn! Maar waar ligt het? Dit is absurd. Ik had me een serene thuiskomst voorgesteld van hernieuwd kennismaken met de ruimte, contact nemen met de tuin, een praatje met de buren, een paar leuke telefoongesprekken, en hier loop ik, koortsachtig zoekend naar een middel om een domme machine aan de praat te krijgen. Het papiertje zit in m’n handtas.
In de kast: 3 dikke stapels post, 1 venijnig papiertje met de aankondiging van een aangetekende zending. ADMINISTRATIE hoe haat ik het! We laten de stapels voor wat ze zijn. Ik probeer m’n GSM op te laden. Waar is de lader? Hoe zag die eruit? Kijk boven, zegt Johan. Daar vind ik hem meteen. Ik vind het knopje niet om hem op te zetten. Ik weet totaal niet meer hoe dat ding werkt. Reflex afgeleerd. Terwijl hij oplaadt, ga ik naar beneden om met de vaste lijn te bellen: geen kiestoon. Juist ja, we hebben voor ons vertrek de vaste lijn opgezegd. Johan zit al voor z’n computer om de virusscans te laten lopen.
En dan word ik plots heel vermoeid. Ik wil weg, geen clutter van papieren en kleren en toestellen…. alleen een rugzak, een buikzakje met bril, geld, tandenstoker en paspoort. Simpel. Wat moet ik nu eerst doen? We doen rustig, zegt Johan. We moeten eerst eten zien te krijgen. Maar we hebben geen autoplaat meer. Trouwens werkt die auto nog? Hij start niet meer, heeft dan ook buiten moeten slapen, en is 11 jaar oud. Ik hoop uit de grond van m’n hart dat het alleen de batterij is. Soit, we moeten fietsen. Dat gaat wel, ik voel dat ik conditie heb gekweekt door het vele stappen. De Aldi is het dichtste bij. En de bakker en slager zijn in de buurt. Eerste bakker: dicht. Tweede bakker: gesloten. Slager: dicht. Wat is dat in dit land, eten de mensen hier niet meer??? We komen terug met chinees. Die we half weggooien, smakeloos. Wat is dat hier met die chinezen? Voor we vertrokken, vonden we die nochtans eetbaar. We zijn te lang in China geweest.
Nu eerst de auto regelen. We hebben een nieuwe verzekeraar nodig, en een plaat. Het moet snel gaan, want we hebben ook een nieuwe diepvriezer nodig – onze oude hebben we weggegeven voor we vertrokken. We moeten kunnen rondrijden. Twee uur en veel telefoons later is de verzekering geregeld. Maar de Dienst Inschrijving Voertuigen heeft een website waar geen touw aan vast te knopen is. Alleen dat ze nu gesloten zijn. Morgen proberen.
Voor we gaan slapen, stop ik toch al een paar dingen in de wasmachine. Wat een geluk, niet alles met de hand moeten wassen! Dan snel nog de droogkast in. Die werkt niet meer.
De televisie doet het wel nog, veel nieuwe gezichten. Als Johan de digibox aanzet, krijgen we de melding “smartcard ongeldig”. Telenet. En dan besef ik dat ik nu 34 uur op ben. Slapen.

De check-in voor onze laatste vlucht slaat alles: alle handbagages worden uitgeladen, als waren we een troep staatsgevaarlijke gangsters. Mijn zorgvuldige opstapeling van souvenirs is op 2 minuten tot chaos herschapen. Er ontstaat beroering als bij Johan een mini-flesje Chinese vodka wordt ontdekt. Van in Tibet sleept hij dat mee, vier maanden lang. Nu op de valreep toch niet in beslaggenomen? De 2 controlerende dames lopen ermee naar hun mannelijke collega’s. Het flesje gaat van hand tot hand, de mannen zijn duidelijk geinteresseerd. Johan kan het niet meer aanzien en loopt gefrustreerd door. Maar dan opeens verschijnt het flesje opnieuw, ingepakt in een doorschijnend plastic zakje. Het heeft de controle doorstaan!
Van Singapore naar Parijs hebben we 1 derde meer plaats: de zetel naast mij blijft leeg. Singapore Airlines legt ons in de watten: sokken, drankjes, fruit, snoepjes, 50 films on demand, CD’s, computergames. Ik speel me suf.
Stipt 14 uur later landen we op Paris Charles de Gaulle. Het is nog altijd maandag 11 februari, 6u30 in de ochtend. We hebben nog 3 uur tijd voor de Thalys vertrekt. Koffie! Y en a pas. La machine est en panne. Badoit alors? Ik toon het op de menukaart. Non-plus. Dit lijkt India wel. De eerste contacten met Europa verlopen stroef. En iedereen zo donker gekleed – zijn ze in de rouw? Als ik naar het toilet ga om warme kleren aan te doen, moet ik een halve euro betalen. Alles wordt nu hoe langer hoe onwezenlijker. Bij het binnenrijden van België, valt het me op hoeveel lelijke oude huizen hier staan. Nooit eerder gezien. En nergens groen aan de bomen. In Mechelen sta ik aan te schuiven voor de busticketjes. Voor mij staat een neger. Hij wordt deskundig getergd door de bediende, die mij spontaan deelgenoot maakt. “Bij die mannen is het nooit in orde”. Ik draai me gedegouteerd om.

Het staat er nog. Als Johan de deur opendoet, horen we de kat de trap af komen rennen. Dit is het: op reis gaan om thuis te kunnen komen.
Hier zitten we dan: in de luchthaven van Singapore, tussenstop. Geen censuur blijkbaar op wordpress. We zijn zondagmiddag 10 februari 12 uur in Nieuw-Zeeland vertrokken, we hebben 10 uur op het vliegtuig gezeten. En het is nu 17u15, 10 februari. Om middernacht vliegen we naar Parijs, een vlucht van 14 uur. Dat wordt dus 7 uur wachten.
Allerlei gevoelens vechten om voorrang. Binnenkort iedereen terugzien, en ermee kunnen praten, in het echt en niet alleen over het net. Hoeveel muizen zal Furat gevangen hebben, hoe gaat het met hem? Het is kattentijd, hij zal toch niks onverstandigs doen? Onrust. We zullen tijdens die laatste vlucht onze bagage toch niet kwijtraken? Of erger? En welke onverwachtheden vinden we in ons huis? Gelukkig hebben we Eddy gehad om een oogje in het zeil te houden….. Maar de administratieve beslommeringen beginnen al: wij waren ervan overtuigd dat we alles geregeld hadden om deze week al opnieuw met de auto te kunnen rijden, maar njet, onze verzekeraar meldt ons dat er niks in orde is. Dat wordt stappen en fietsen. Ik ben nu al uitgeput als ik eraan denk. Onze creditcard-afrekeningen zullen komen, we moeten dringend de financiele toestand evalueren. Volgende maandag begint Johan opnieuw te werken. Als het van hem afhing, waren we nu al op weg naar een nieuwe exotische bestemming. …
Heb ik zin om naar huis te gaan? Eigenlijk wel. Ik ben er nu van overtuigd dat een vol jaar lang reizen niks voor mij zou zijn. Het is juist genoeg, en goed geweest. Zo’n nomadenbestaan vraagt voortdurende alertheid en een quasi ongelimiteerd aanpassingsvermogen. We zijn nooit langer dan 10 dagen op 1 plaats geweest, en soms elke dag ergens anders. Maar de echte nomaden die we hebben bezocht, blijven minstens 6 weken op 1 plaats, tot het gras voor de kudde op is.
Morgen eindelijk opnieuw in een bad kunnen zitten, de haard aansteken en een hele avond naar de televisie kijken. Of de computer aanzetten, en hij werkt…. en kunnen surfen zonder om de 12 minuten afgesloten te worden.
Dit laatste etmaal is er teveel aan. Ik voel de jetlag nu al hangen, en m’n oren zitten dicht. Parijs halen, dan de Thalys op, en de trein naar Mechelen…. We hebben op deze reis veel treinen genomen, we willen met de trein thuiskomen. En zien hoe het zal aflopen…..

Onze laatste dag in Christchurch. Wandelen door de stad brengt meteen een gevoel van geschiedenis terug, dat ik als Europeaan blijkbaar nodig heb. Gebouwen weliswaar uit de jaren 1800, maar toch. Maar ook een hypermodern Arts Centre. We amuseren ons kostelijk met de installaties. Er is een overzicht van de Nieuw-Zeelandse kunst tot vandaag. Ze hebben uiteraard nog niet veel, maar toch een goed idee.
Dan shoppen. Valt wat tegen, zomerspullen kan ik nu toch niet gebruiken. Een wintermuts dan maar, een rode. Cadeautjes voor het thuisfront hebben we gelukkig de afgelopen maanden al verzameld.
We eindigen in stijl met een optreden in de Town Hall van de groep Salmonella Dub, samen met Maori-zangeres Whirimako Black en het Nationaal orkest van Nieuw Zeeland. Multimedia bovendien, film en foto’s. De zaal gaat uit de bol, en wij toch ook een beetje. Ik kijk nu al met weemoed naar die Nieuw-Zeelanders, altijd zo schijnbaar zorgenloos, niet teveel gedoe, met hun pinten in de klassieke concertzaal.

Ik heb ook een filmpje, wat beelden van onze laatste maand op het Zuid-Eiland.
Nu alleen nog pakken maken. We vliegen over Singapore, terug in de tijd.
En de volgende foto zal van ons huis in Muizen zijn.
Daarjuist hebben we in Christchurch de huurauto ingeleverd. Blijkt dat we 8562 kilometer hebben gereden in Nieuw Zeeland. Slik. Onze hotelkamer ligt nu volgestouwd met al de spullen die we in de auto hadden verzameld. Inclusief onze grote kartonnen doos met voedsel. Makkelijk wel, zo’n auto, je gooit alles erin. Dat wordt spannend bij het inpakken.
We hebben nog 2 dagen. ‘t Wordt nu allemaal een beetje onwerkelijk hier, ik voel dat ik me begin klaar te maken voor business as usual. Zopas heb ik voor het eerst sinds een half jaar kritisch in de spiegel gekeken. Dat ziet er niet goed uit: ik heb een buikje gekweekt! Een half jaar zonder weegschaal geleefd. Het is ongetwijfeld de koffie.
Ze hebben hier een Antarctic Centre, the Best Experience etc. Met een simulatie van een ijsstorm. Het is geweldig.

Musea organiseren, dat kunnen ze hier. Eerst allerlei films, foto’s, en computerinteractieve dingen over de Zuidpool, dan een reconstructie van een tent, het eten, de kleren in de kou, en dan krijgen we een jas en worden we de kou ingejaagd. Echte sneeuw, de wind steekt op, het wordt tot -19 graden. Weinig voor de Zuidpool, meer dan genoeg voor mij. Ik ben blij dat ik er na 6 minuten uit mag. Johan heeft de storm getrotseerd in z’n blote benen.
Dan naar de kleine blauwe pinguins. Die hebben ze hier. Beestjes die ze gered hebben uit netten van vissers. 45 cm hoog. Grappig.


Die dolfijnenkwestie zit me hoog. Nu ook Gaea er 4 gezien heeft, vind ik dat we het lot een handje moeten helpen.
Dus vandaag hebben we een “nature cruise” geboekt in Akaroa, 80 kilometer van Christchurch.

Hier zou een kolonie “Hector Dolphins” zitten, kleiner dan de doorsnee dolfijn. Dit is de enige plaats waar ze voorkomen zegt de brochure. Samen met 50 andere dolfijnhongerige toeristen gaan we de katamaran op. De kapitein is onze gids, hij spreekt min of meer verstaanbaar Engels. We krijgen meteen een volledige uitleg over de intelligentie van de dolfijn: herseninhoud bijna even groot als die van een mens, leert snel, communiceert, zwemt op radar. Ik denk : als hij verstand heeft, laat hij zich niet zien. We varen langs een hoge rots, even hoog, zegt de gids, als Bag Bin in London. Wat is dat nu weer. Bag Bin? Dan heb ik hem: het is Big Ben uitgesproken in het Nieuw-Zeelands.
En dan gebeurt het: in de verte een vin, nog een, en daar zijn ze, de kleine Hector Dolphins, ze komen naar ons kijken!

Ze duiken onder de katamaran, en springen omhoog voor de boeg. Ik word er helemaal vrolijk van. De kapitein legt de boot stil, en we kijken. Een kwartier, dan hebben ze genoeg gezien. En ik heb een filmpje!!!
Johan heeft een dolfijn gezien. Althans dat beweert hij. Als bewijs voert hij deze foto aan:

Ik ben diep jaloers. Ik wil ook een dolfijn zien!
Op Kaikoura is er een whale watching point, maar niks. Langs de weg stoppen we aan een kleine baai, en ja hoor: vol met zeehonden-baby’s en hun moeders. Het is alsof ze in een zwembad aan het spelen zijn. Laten zich overspoelen door telkens weer nieuwe golven.
Volgens het plannetje kan je drie uur wandelen over het strand, en dan terug over de klif. Cool. De wandeling is voor een keer eens niet aangelegd, onderweg zijn er nesten van watervogels met bordjes Do Not Disturb, in de verte zonnen zeehonden op de rotsen. We draaien een hoek om, en ik schrik me een ongeluk: daar ligt een dikke zeehond, nauwelijks 2 meter van me af.

Langzaam trekt hij een oog open, dan verdwijnt z’n goedmoedige uitdrukking, en hij kijkt me recht aan. Z’n snorharen trillen. Ik draai me om en wil teruglopen, maar voor m’n voeten draait een stuk hout zich om: nog een. Ik moet vooruit, de rots voorbij, en daar liggen er nog 2! In de verte wenkt johan dat ik moet doorlopen. De zeehond voor mij richt zich nu op en er komt een dreigend geluid uit, een soort combinatie van een kat die gromt en een hond die blaft. Ik verstijf. Ik ben doodsbang voor honden. Door m’n hoofd flitst de waarschuwing “these are wild animals, don’t go near, their bite may inflict dangerous wounds.” Ik kan maar een ding doen: zo hoog mogelijk tegen de duinen opklimmen en er zo voorzichtig voorbij. Moeilijke klim. Net als ik veilig meen te zijn, hoor ik rechts van me een gebries: de allerdikste zeehond ligt een meter van me af, en begint te bewegen. Johan is terug komen lopen, en ziet me staan: “blijf bewegen tine, niet kijken, doorlopen!” Ik zet een stap en glij uit. Dit is het einde van een mooie reis. Doodgebeten door wilde zeehonden, en terecht, want ik heb hun territorium verstoord. Ik krabbel recht en loop, half struikelend, rechtdoor. Achter mij hoor ik beweging, ik zie een volledige familie uit een rotsspleet komen. Ze lopen de zee in. Ze zijn banger voor mij dan ik voor hen.





