tattoo van Maori-chief

Afscheid van Annemarie, Andrew en de twins, met de belofte van een tegenbezoek om Brussel, Brugge, Amsterdam en Parijs te zien. We zijn weer on the road. Bij een tussenstop aan een lookout komen een stuk of 8 kinderen op ons af. Maori’s. Where are you from? Belgium. How do you say hello in your language? And goodbye? In al die maanden dat we nu reizen, is dit de eerste keer dat iemand ons zoiets vraagt. Meestal vragen wij het, want het is leuk om een paar woorden in de taal van je gastland te kunnen zeggen. Misschien heeft het te maken met het gevoel een kleine, ooit bedreigde taalgroep te zijn. Ik ben ontroerd als ze ons luidkeels uitwuiven met “tot ziens!”.

Een serieus gesprek met maori’s blijft uit. We zien wel een paar koppels en moeders met een kind, maar we raken niet dichterbij. Hoe doe je dat trouwens. Do you feel discriminated against? Is it really true that there are no racial issues here, as your government wants us to believe? Van Andrew en Annemarie horen we dat er aggressie is aan de westkust, en dat er veel sociale mistoestanden zijn. In Mount Maunganui worden maorihuizen voor een appel en een ei opgekocht door projectontwikkelaars. Weten zij veel dat ze op grond zitten die een fortuin waard is.

In het museum zien we de tekst van het verdrag van 1840: de stamhoofden dragen de hegemonie van hun land over aan de Britten. In ruil mogen de maori’s hun gronden houden. Er zal niet meer worden gevochten voor land. Maar de Britten kunnen die gronden kopen voor een overeen te komen prijs. We zien ook een kaart van Nieuw-Zeeland: 100% maori-gebied in 1840, nog 25% in 1860. We zien getuigenissen van bedrogen maori’s, van ontheiligde heilige plaatsen. In 1991 hebben maori’s een proces aangespannen tegen de Nieuw-Zeelandse regering om dat bedrog aan te klagen. Ze eisen ook het intellectuele eigendom op van hun kennis van de natuur en de dieren. De uitspraak is nog altijd hangende.

heilige bron Maori's

Intussen hebben ondernemende maori-families slimme commercies opgezet: ze reconstrueren hun oud dorp, restaureren een oude kano, en doen hun uitgestorven gevechtsdansen opnieuw voor de toeristen, tegen grof geld.

gezichtstattoo van chief

We gaan kijken bij de Mitai-familie. We zitten in een shift van 500 toeristen. Eerst het eten: hangi-food. Ze begraven het een paar uur in de thermisch hete grond, en het komt er gekookt uit. Straks mogen wij het opeten. Maar eerst de voorstelling. Aggressief kijkende familieleden stappen uit de kano – ze zijn van 8 tot 80 jaar, en ze doen voor ons hun dansen. De chief schreeuwt de commando’s. Dan neemt hij een micro en zegt: hello there. Yes we do speak English. Ik hou van de zelfrelativering. We krijgen een uitleg over de betekenis van de tattoos en de bewegingen. We moeten allemaal onze tongen uitsteken en meedoen. And you can take as many pictures of us as you want. Voor 50 euro per persoon.

Tijdens het eten is de hele uitgebreide familie van corvee om op te dienen. ‘t Is echt een KMO. Aan een jongen vraag ik hoe lang hij dit werk al doet. All my life, zegt hij. I was born here. ‘t Is spannender dan klompendansen in Bokrijk. Maar toch.