You are currently browsing the monthly archive for januari, 2008.

Doubtful sound

Doubtful Sound zou mooier zijn en vooral veel minder toeristen aantrekken dan Milford. Dat trekt ons aan, ondanks de bedenkelijke naam. Te danken aan Captain Cook. Toen hij rond 1750  de fjord “ontdekte”, schreef hij in z’n dagboek: “it is doubtful that I get out of here”. In tegenstelling tot wat hij schreef over Doubtless Bay. Hoe origineel.  We boeken een grote tour, een hele dag: bus, speedboot, bus, cruise, wandeling, speedboot.  16 plaatsen. Duur.  Dat worden Duitsers, voorspelt Johan.

Als de bus ons om stipt 9u15 ophaalt, zien we ze zitten: gemiddelde leeftijd 65, strenge gezichten, afkeurende blik op mijn goedbedoeld “Hello”. We wringen ons naast een Nieuw-Zeelandse man van 130 kg die wel reageert. Onze buschauffeur blijkt niet alleen onze gids, kapitein, en koffiemeneer te zijn; hij moet ook al onze vervoermiddelen gaan ophalen, schoonmaken, en nadien terugbrengen. Dat levert lange wachttijden op. Op de speedboot legt hij ons de veiligheidsregels uit, en toont ons de EPIRB. Ha, die ken ik, dankzij Emma – Nils Oscar kreeg er zo een van Philippe.  Een noodsignaal dat automatisch de positie van de boot weergeeft. De speedboot is fun, het weer stralend. Ondanks de hoge snelheid duurt het 45 minuten eer we het enorme Lake Manapouri over zijn. De Duitsers beginnen een lange conversatie: een aantal heeft ondekt dat ze streekgenoten zijn – Beieren – en dat geeft aanleiding tot het uitwisselen van dorpsnamen en cafes. Een alleenstaande vrouw met doordringend stemgeluid geeft te kennen dat zij vooral de culturele centra kent. Er volgt een beschrijving van de tentoonstellingen en festivals, te beginnen van 1973.  

We wachten tot de kapitein/chauffeur/gids de bus heeft opgehaald om ons via een lange onderaardse tunnel naar het Underground Power Station te brengen. Toen ze dat 30 geleden wilden bouwen, was er heftig protest van milieubewegingen: het waterniveau in Doubtful Sound zou aanzienlijk stijgen. De groene jongens en meisjes haalden hun slag thuis, en de ingenieurs pasten hun plannen aan. Bravo. Op een gedenkplaat in de tunnel staan de namen van de 16 arbeiders die omkwamen bij de constructie. Zo’n plaat hebben we in Tibet nergens gezien bij de spoorlijn Beijing-Lhasa. Misschien konden de namen niet op 1 plaat.

cruisen in Doubtful sound

En dan cruisen. Het is waar: deze sound is veel mooier en rustiger dan Milford. Onze gids legt uit dat al de fjorden hier vol zeewater zitten, maar de bovenste laag, 3 meter of zo, is regenwater. Vandaar het spiegeleffect.  De cultuurminded Kunigunde verkondigt luid dass alles hier doch gleich wie in Beiern ist, nur grune hugeln. Wij trekken ons terug op het achtersteven. In de verte zien we de Tasman Zee, de kapitein zet z’n motor af om ons de sound of silence te laten horen. Kunigunde komt naar buiten met haar gevolg: ze is midden in de gedetailleerde beschrijving van een fietsroute die ze in Beieren heeft afgelegd: “Seit meine Scheidung mach ich das meistens alleine, andere Frauen wollen nur Kaffeetrinken.” Een groot begrip voor meneer ex welt in mij op. Er ontstaat een hevige discussie over het exacte verloop van de fietsroute. Ik zeg luid “ein Moment Stille bitte”.  Het duurt even voor ze het doorheeft.  Dan trekken de Beieraars zich terug in het middenschip.

 Doubtful sound

Als we opnieuw aanleggen, nodigt de kapitein/buschauffeur ons uit om een eind terug te wandelen. I will pick you up with the bus. De weg loopt langs asfalt. Na driekwartier zijn zelfs de meest fervente wandelaars het stikbeu.  Waar blijft die bus? In gedachten zie ik de chauffeur op de achterbank liggen, in een welverdiende siesta.

Onze volgende bestemming: the remote Catlins. Voor de pinguins.

Er is iets vreemds aan de hand met de tijd. Een niet te stuiten stroomversnelling is het, een trechter die ons met geweld naar 11 februari toezuigt. Nu een dier zijn, alleen maar genieten van dit ene moment. Maar nee, ik heb al twee keer van werk gedroomd, deadlines die ik niet kon halen omdat er geen teksten waren, studenten uit een langvervlogen Lemmensinstituut-verleden die weigerden op te treden. 

“Need ini biddin?” Zonder aarzeling zeg ik yes please. Sommige dingen begrijpen we nu meteen. Bedding betekent lakens en een donsdeken. Het donsdeken zit in een overtrek, maar dat vinden ze hier niet genoeg, je moet ook nog een extra laken gebruiken. Als we de keuken van ons Holiday Parc inspecteren, ontdek ik daar iets wat ik in geen 5 maanden gezien heb: een dampkap! Plots realiseer ik me dat ik er thuis ook een heb. Maar hoe moet ik die thuis ook weer aanzetten? Geen idee. De afgelopen 2 uur houdt dit probleem me in de ban. Ongetwijfeld is het een knop, maar waar staat die? STOP DAARMEE, onmiddellijk!

River Anduin uit LOTR

De laatste dagen is het moeilijker om op te staan. Voorjaarsmoeheid kan het niet zijn, het is hier volle zomer. Is het de koffie? Ik heb hier een cafeine-verslaving opgelopen, thuis drink ik zelden koffie, hier een kop of 4 per dag. En ik kan er slecht tegen. Bij koffie hoort chocolade. Ik koop nu voordeelverpakkingen, Cadbury, 13 stuks. The crumbliest milk chocolate. En in de auto zijn het M&M’s. We hebben nu meer dan 5000 kilometer gereden.

Vandaag moet het gebeuren: we gaan naar Milford Sound, de wereldberoemde fjorden van het Zuid-Eiland, het hoogtepunt van elk bezoek aan Nieuw-Zeeland. De echte wandelaars schrijven zich een jaar van tevoren in voor de Milford Track, one of the world’s most beautiful walks, verplicht te lopen in 4 dagen over prive-grond, slapen in hutten. De eigenaars zijn zo slim geweest om, na het uitzetten van het pad, het Department of Conservation (D.O.C) aan te spreken, dat de walk prompt uitriep tot beschermd gebied. Elk jaar mogen er maar een bepaald aantal toeristen op wandelen. Gevolg: het is vechten voor een permit. Als je er geen hebt, kan je een guided walk kopen, tegen het ongelooflijke bedrag van 15oo euro per persoon, picnic en slaapplaats in een hut inbegrepen. Kassa. Alternatief: je koopt een plaatsje op een boot, 1 overnachting inbegrepen, minimum 250 euro de man – slapen in gedeelde kajuit. Wij kiezen voor een simpele boottocht door de fjorden, 25 euro per persoon. We boeken de laatste vaart van de dag, op een kleine boot – zo ontlopen we de massale bus-aanvoer van toeristen.

Milford Sound 

Het is 120 km rijden naar de Sound. “one of the most scenic drives…” , ja we weten het. Onderweg kan je stoppen en korte wandelingen maken, dat wordt een aangename dag. We vertrekken on 10 uur. Geen goed idee. Want al die bussen die we wilden ontwijken, racen achter ons aan, voor de middagvaart van halftwaalf. Aan ons eerste viewpoint worden we al overstroomd door Japanners, die naar voor lopen en elkaar beginnen te fotograferen, allemaal poserend voor hetzelfde uitzicht. Hun gids jaagt hen snel weer de bus op. Nauwelijks zijn ze weg, of daar stoppen de Chinezen al.

De laatste etappe van de weg gaat door een tunnel, 1 rijstrook breed – net zoals de vele “one lane bridges” hier. De wachttijd aan het begin is een kwartier. Wij staan er als eerste. Als het licht eindelijk op groen springt, schiet er plots een bus langs ons heen om zich als eerste in de tunnel te gooien. Johan produceert een aantal onpubliceerbare uitdrukkingen. Dan opeens begint de bus achteruit te rijden, recht op ons af. Een andere bus komt uit de tunnel – ongetwijfeld aan de andere kant door het rood gereden, en forceert nu de eerste bus weer naar buiten. Johan glipt er voorbij, en rijdt – zoals het hoorde – als eerste de tunnel in. Er is nog rechtvaardigheid in de wereld.

Milford Sound is mooi, maar minder spectaculair dan de folders ons hebben beloofd. Veel lawaai van boten. Het heldere water is hier en daar al een beetje besmeurd door een soort schuim dat er niet natuurlijk uitziet.  De beloofde zeehond krijgen we wel, volgens mij wordt hij daar dagelijks gedropt en weer weggehaald als de toeristen naar huis zijn.

zeehond in Milford sound 

Als toetje vaart de boot recht onder een waterval door, de joelende toeristen krijgen hun douche. Maar we krijgen een extra.

zeehond in Milford sound

Als we van de boot stappen, zijn alle bussen weg. De rust is teruggekeerd in de Sound. We laten onze medevaarders vertrekken. Heel even hebben we de fjord voor ons alleen.

 ”Fun on the Farm” staat hier overal langs de weg. Het is blijkbaar, net als bij ons, geweldig in de mode om op een boerderij te verblijven. Met als hoogtepunt: “shear your own sheep”. Dat doen ze bij mijn weten bij ons niet – of toch?  De schapen lopen hier te rillen, ze zien er zo bloot uit zonder vacht, het is obsceen.

Wat betreft plaatsnamen viert de originaliteit geen hoogtij: Mount Athene, Toreador Peak, Niagara Falls, Gore, Clinton. Mount Awful dankt z’n naam aan het feit dat de eerste beklimmer ervan het een awful place vond. In het Aspiring National Parc is er zelfs een Passchendaele Peak.

We doen nu veel dagwandelingen, meestal door regenwoud. De paden zijn stuk voor stuk prachtig aangelegd. Ik ben gewend geraakt aan de zoet rottende geur, en aan de vogels die het geluid maken van een roestig scharnier, een achteruitrijdende vrachtwagen, of het oversteekgeluid voor voetgangers.

Het zoeken naar de locaties van Lord of the Rings hebben we gestaakt, eenvoudig omdat elk viewpoint hier zo uit LOTR zou kunnen komen. Maar wat hangt er in de receptie van ons Manapouri Motor Camp aan de muur ?

brief van Peter Jackson's crew

Val nu dood: een deel van de crew heeft hier gewoon gelogeerd, ongetwijfeld ook in onze cabin! Is dit nog toeval?

Spreek maar Nederlands, zegt de uitbater van het Manapouri Motor Camp. Hij is een migrant, ik schat hem 70. We hebben telefonisch geboekt voor 4 dagen. Dat is nieuw, tot nu toe hebben we dat alleen maar in de grote steden gedaan: Bejing, Moskou. Maar nu naderen we het drukst bezochte stuk van Nieuw Zeeland, Milford Sound, en het is al een paar keer gebeurd dat alles vol was, en dat we een uur moesten zoeken naar een kamer. Dus nu bellen we, wat onze vrijheid wat beperkt, want bij een reservatie vragen ze het nummer van de creditkaart, dus kunnen we niet meer annuleren zonder kosten.

We komen aan uit Queenstown, Adventure Capital of the world.   Daar hebben we onze eerste bussen Duitsers verteerd. Ernstige groepen reizigers, die elke dag 2 vergaderingen houden om het dagprogramma te bespreken. Na een paar blikken bier ontdooien ze onder luid gelach, altijd collectief.

Gelukkig zitten er geen in dit Holiday Camp. Zandvliegjes des te meer. Al drie dagen loop ik tot aan m’n kin ingepakt, de schaarse blote stukjes huid ingesmeerd met Deet anti-insect en citronella-olie. Het enige resultaat is dat ik misselijk word van de geur. Elke avond ontdek ik nieuwe beten. Het begint met een minuscuul puntje. Na een dag begint het ontieglijk te jeuken, en zwelt het op tot een dikke rode bobbel. Een plaag, dat is het. Toeristenmishandeling. Vreemd toch, van Schotland en Canada is genoegzaam bekend dat het er in de zomer volzit met midgets – wat de vakantiepret aanzienlijk drukt. Over Nieuw-Zeeland hoor je daar niks van. Stoicijns verdragen en de krabimpuls met pure wilskracht blokkeren, da’s het enig wat erop zit.

Dat terzijde is het hier weer uiterst hobbits in onze cabin. Dit is het leukste Holiday Camp tot nu toe. Vanuit ons grote raam kijken we uit op Lake Manapouri . Elke cabin is anders. En naast ons staat er een prachtige collectie oldtimer Little Morrisjes.

Veel Nederlandse migranten hier. En veel Nederlandse woorden. Heeft zeker te maken met de scheepvaart. Langs de weg zie ik geregeld een bordje “washout”. Aangespoeld wrakhout ongetwijfeld, leuk woord. Alleen zie ik nooit wrakhout bij zo’n bord. Wel is er meestal een stuk asfalt weggespoeld. Dan heb ik hem: wash out.

Waterval op de Haast Road na regen 

Sinds we ons retourticket hebben gekocht, is er iets merkwaardigs aan de hand. Een oud concept kruipt als een virus opnieuw onze gedachten binnen: tijd. De tijd die we bewust hadden uitgeschakeld toen we aan deze lange vakantie begonnen. Nu is er opeens een deadline: 10 februari vliegen, de 11de in Parijs, ’s middags thuis. Hoewel we nog evenveel tijd voor ons hebben als een volledige “normale” vakantie, moet er toch plots gerantsoeneerd worden. We kunnen niet meer zeggen: hier blijven we nog even. Anders komen we niet op tijd in Christchurch aan. Of zo voelt het toch. So much for changing mentality…

Maar nu ligt het Zuiden aan onze voeten, we bereiden ons voor op de beloofde jawdropping and most stunning landschappen, ons luid aangekondigd in de brochures.  Eerst nog de Haast Pass over. Als we vertrekken zien we het opschrift “last petrol station for the next 12o km.” We tanken, gelukkig, anders hadden we daar mooi gestaan zonder benzine. Nauwelijks 5 kilometer verder zien we hetzelfde opschrift aan een ander tankstation. Alles is goed om je concurrent  te snel af te zijn.

Haast Pass

De Haast Pass had net zo goed in de Franse Alpen kunnen liggen, daar hebben we even amazing scenery gezien.  Ze noemen het hier dan ook the Southern Alpes. Een verklaring voor de vreemde naam van de pas vinden we in de brochure: “This pass was first crossed by J. Cameron, closely followed by Julius von Haast, who quickly named the pass after himself.” Een haastig man.

Matheson Lake, reflexion island

Dat staat in alle 38o brochures over Matheson Island die we in onze auto hebben liggen. Het gaat meerbepaald over “Reflection Island”, vanwaar de omgevende bergen Tasman en Cook zich weerspiegelen in het water. Hoe kan een rechtgeaard fotograaf daaraan weerstaan? Probleem: de meeste tijd hullen die bergen zich in mysterieuze Lord-of-the-Rings-mist, dus weg reflectie. Misschien is in de ochtend beter, opper ik. Met het bijkomende voordeel dat dan de horden toeristen nog slapen? Het volgende moment heb ik er al spijt van, want Johan decreteert enthoesiast dat we de volgende ochtend om 6 uur opstaan om ons ter plekke te haasten. Het is een 50 minute walk.

Aan het begin van de wandeling bemerken we onze misrekening. Een aantal auto’s en bussen hebben hetzelfde plan opgevat. Er staat ook al 1 van die spuuglelijke campervans van het merk Wicked Campers dat hier zo populair is: geschilderd in sombere kleuren en volgekliederd met stimulerende opschriften als “I can make a dead man cum”. In de deuropening zit een Hollandse haar kapsel te fixeren met haarlak terwijl haar vriendin haar wenkbrauwen plukt. We haasten ons het pad op. Achter ons een groep Chinezen-met-gids die luid en in vele tonen toelichting geeft bij de omgeving.

Lake Matheson

Er blijken verschillende viewpoints te zijn met reflecties, maar ze zijn nog niet die van de Most Photographed. Eindelijk zien we de juiste. Het is drummen om een foto te maken. De lucht is fantastisch blauw, de zon doet haar werk. Johan maakt 100.000 reflectiefoto’s. Intussen arriveert een Franse familie, de echtgenoot laat zich op een bank vallen met z’n fototoestel en verklaart gedecideerd: “Moi je fais plus.”

west coast

De Westkust heeft 15.000 mm – 15 meter dus – neerslag per jaar, en als we Franz Josef binnenrijden, beseffen we wat dat inhoudt. Het giet, nee, het striemt in alle richtingen, 1 minuut en we zijn doorweekt. dit is de achterkant van de Mount Cook en Tasman, great views zegt de folder, maar voorlopig alleen big clouds. Dit is de wereldhoofstad van het het heli-hiken – nooit van gehoord. Je moet je met een helicopter laten droppen hoog op de gletsjer, en dan wandel je daar een uurtje rond met een gids. Samen met honderd andere toeristen. Pff, als je op eeuwige sneeuw wil staan, klim er dan zelf naartoe! Wij zijn op het ijs van de Kailash geweest.

Fox Glacier

We gaan kijken naar de voet van de gletsjers. Het wonderlijke is de geologische omgeving: van groen regenwoud stap je rechtstreeks het gletsjerijs op. Op een van de vele didactische panelen staat de uitleg van de eigenaardige namen. Oorspronkelijk was de Maorinaam van de Franz Josef gletsjer: Traan van de geliefde. Haar vriend was naar beneden gestort, en de goden veranderen haar tranen in gletsjerijs. Eeuwige liefde. Dan klom een Oostenrijker was erop, en die vond dat hij de Maorinaam moest vervangen door die van zijn toenmalige keizer, Franz Jozef.

fotograaf aan gletsjervoet

De naam van de 2de gletsjer is nog banaler. In 1872 kwam William Fox, de 1ste minister van NZ op bezoek. Om z’n kiescampagne aan te zwengelen, herdoopte hij de gletsjer naar zichzelf. Hij werd niet herkozen.

De Verhofstadt al beklommen? Nee, maar de Albert wel.

Ze hebben hier een alcoholprobleem, zo begin ik te vermoeden. Het televisiespotje gaat als volgt: je ziet een bierblikje in het fornuis, op de plaats waar de kookplaat zit, de vlammen worden groter tot er brand uitbreekt. Een mannenstem zegt dramatisch de slogan.

We rijden weg uit Marlborough Sound met z’n vele wijngaarden, naar het natuurpark Abel Tasman. Het wereldcentrum van het zeekayaken. Wat je hier moet doen is: een kano huren, er de kust mee afvaren, picnicken op de beroemde gouden stranden, bezaaid met de kayaks van de andere toeristen, en – eveneens tegen een aanzienlijk bedrag – overnachten in een van de hutten. Minimum een driedaagse tocht. Ik weet niet wat die mensen bezielt: ik vind het water veel te koud hier, de wind te fris, de gemiddelde temperatuur is 22 graden.

strand in Abel Tasman

We besluiten om een eendaagse wandeltocht te maken, gewoon heen en terug vanaf het begin van het park. Om de dure watertaxi te vermijden. Het is zalig, het pad is makkelijk, we zien voortdurend de mooie gouden kustlijn onder ons. We beginnen het normaal te vinden dat we hier voortdurend het helderste water zien. Er is iets met die landschappen hier, ze lijken allemaal recht uit de film te komen. Ook de huizen geven de indruk een decor te zijn. Het heeft te maken met de kwaliteit van het licht denk ik, dat maakt alle contouren zo scherp, ik kan hier ver zien zonder m’n bril op.

Marlborough Sound

Ik ben erg tevreden dat we een gewone auto hebben gehuurd en geen dure motorhome. De meeste mooie plaatsen hebben een sign No Campervans Overnight Parking, en als je dan in een Holiday Parc moet gaan staan, betaal je al de helft van wat wij aan onze cabin betalen. We slapen hier gemiddeld aan 35 euro per nacht. Die cabins zijn een ontdekking voor mij. Kitchen cabins vind ik het leukst, een koelkast, en een speelgoedkeukentje. Dat geeft ons wat privacy.

Op weg naar St-Arnaud gaan we eerst nog een dagje aan het strand van Kaiteriteri liggen, het lievelingsstrand van de plaatselijke Nieuw-Zeelanders. Een beschutte baai, rustige zee, ik steek m’n voeten in het water – koud! Johan gaat heroisch het water in, en komt eruit met de mededeling dat het meevalt. Ik geloof er niks van. Lezen op het strand is ook leuk. De temperatuur is perfect, de zon ook, daarom is dit land zo gegeerd, het klimaat is hier zo moderate. Na een paar uur ben ik zover opgewarmd, dat ik toch nog even naar het water ga, even diep ademen, rillen, en dan is het inderdaad zalig. HA!

johan op strand

P.S een “Belgium coffee” is hier koffie met een chocolaatje ernaast.

En een capuccino ziet er zo uit:

Nieuw-Zeelandse capuccino

Volgende bestemming: de 2 gletsjers aan de wilde Westkust.

 De ferry vertrekt pas over een uur. We gaan naar het Zuid-Eiland, daar waar – zo verzekert iedereen ons – alles nog meer awesome is dan hier in het noorden. Benieuwd.

Terwijl we wachten, hebben we tijd om een tussentijdse balans op te maken.  Dit is het land met de meest perfecte tourist marketing waar ik ooit geweest ben.  De auto puilt uit van de folders, gratis catalogi, leaflets en kaartjes van alles wat je hier kan zien, doen, eten en wat dies meer zij.  Het ene al “awesomer” en more amazing dan het andere.  Elk stadje blijkt de wereldhoofstad van iets te zijn: van het vliegvissen, of het bruine forelvangen, het zee-kayaken, het bungee-springen, de art deco, het koffie-drinken.  “Our coffee is the best in the world – better than in Italy”. 

Rivendell, in upper Hutt

Er zijn hier geweldige dingen uiteraard.  A short black, a flat white, a latte, allemaal uitstekende koffies.  Onbezoedelde natuur. De super-cleane openbare toiletten, altijd gratis, altijd toiletpapier. Toegankelijk voor rolstoelpatienten, net als massa’s paden en gebouwen.  De wijn is altijd klasse. Maar inFrankrijk kan je ook een goedkoop glas drinken, hier niet. De benzine kost 0.85 euro per liter.  De zee heeft alle kleuren van blauw, overal is strand. We hebben de tijd van ons leven. Toch bekruipt me het gevoel, dat ik me misschien laat meeslepen door een uitgekiende marketing-campagne. Of ben ik nu al zo blase geworden dat ik het allemaal normaal vind? We zullen zien, op het wonderlijke Zuid-Eiland.

In afwachting, wat verzamelde gsm-beelden van het noorden.