You are currently browsing the monthly archive for december 2007.
There’s a coincidence! zegt de manager van het holiday park, the cabin next to yours is hired by Belgians too! Do you know Jacques Brel? They found his boat on the coast.Dit is on-waar-schijn-lijk. Ik ken het verhaal van de boot van Brel, via een collega van de vrt, Jos Van Hemelrijck. Hij is lid van een Belgische groep die al jaren probeert om de Askoy, de zeilboot van Brel, te bergen. De boot is gevonden “ergens aan een strand in Nieuw-Zeeland”. En in de cabin naast die van ons logeren de 2 Vlamingen die met die reddingsoperatie bezig zijn. 4 dagen geleden hebben ze met zware hijskranen de boot van de zee gered en op het droge gesleept. De ploeg van Woestijnvis, die alles heeft gefilmd, is pas vertrokken. We horen het verhaal uit de eerste hand van de 2 mannen uit Blankenberge, Staf Wittevrongel en Tjerk Pillen. Ze zijn momenteel wereldberoemd in Nieuw Zeeland – tijdens ons gesprek komen een paar nieuw-Zeelanders hun de hand schudden, de Belgian guys they’ve seen on television. klik hier en dan rechts op “related video”Elke dag lopen ze 8 kilometer heen en terug over het strand tot bij het wrak, om het zand eruit te scheppen. De boot moet leeg om hem te kunnen vervoeren. Naast de cabin liggen een paar trofeeen die ze uit het wrak hebben meegebracht.Als het wrak de overtocht over de oceaan naar Belgie overleeft, willen ze de Askoy volledig restaureren in z’n oude glorie.Tijdens het gesprek begint mij iets te dagen – Staf Wittevrongel, vanwaar ken ik die naam, en die stem? En dan heb ik het: Emma!! Dit is mijn informant voor de zeilavonturen van het personage Nils Oscar!! Tijdens het schrijven van de televisiereeks heb ik geregeld gebeld met een ervaren zeiler, om hem praktische informatie te vragen over zeilen, en het jargon van een zeiler. We hebben elkaar nooit ontmoet. En nu zitten we op kerstdag te praten in Nieuw-Zeeland!!! Als we zo’n toevalligheid in Emma hadden geschreven, zou iedereen ons vierkant uitgelachen hebben.La realite depasse la fiction, je hebt groot gelijk Winnie!Voor meer info over de redding van de Askoy: ze hebben een site, klik hier
Als we de Ninety Mile Beach komen oplopen, word ik bijna overreden door een 4×4. Weinig auto’s hier onderweg, maar het strand is een autosnelweg. 120 per uur.

Alleen huurauto’s mogen er niet op, anders had Johan ongetwijfeld ook graag even geraced. Maar hier en daar blijven auto’s steken in drijfzand, en dat betaalt de verzekering niet.
Die auto’s. Ofwel kunnen nieuw-Zeelanders niet rijden, ofwel vallen ze geregeld in slaap achter hun stuur. Op een week tijd hebben we nu al drie keer gekantelde wagens zien liggen. In een gracht, in een afgrond achter een bocht, en nu moeten we een uur wachten omdat de weg afgesloten is: een auto is tegen een elektriciteitspaal geknald, en die is afgebroken.

Aan de agent die ons tegenhoudt, vraag ik ongerust of de inzittenden het overleefd hebben. Sure, zegt hij, they ran.

Het bos hier is geen jungle, maar het voelt meer jungle aan dan in Nepal. We voelen onmiddellijk de vochtige atmosfeer, we zien de lianen en ook massa’s palmbomen. Maar het zijn geen palmen: het zijn varens met een hoge stam. Op het informatiebord lezen we dat Nieuw-Zeeland meer dan 1000 soorten varens heeft, waarvan 70 soorten die alleen in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. In onze tuin hebben we ook een varen, een grote dacht ik – een dwergvarentje hier. Niet voor niks is een van de symbolen van dit land the Silver Fern.

Vanmiddag hebben we voor het eerst gerookte oesters gegeten, een onverwachte delicatesse. Verslaving dreigt. Op het strand, met wat brood en een flesje wijn. Je mag hier ook je eigen mosselen opgraven, maximum 50 per persoon, en meenemen om klaar te maken. Nog maar 2 gevonden.
Intussen blijf ik Engelse woorden bijleren: a chilly bin is een koelbox, a bakery een broodjeszaak waar je alles behalve een brood kan kopen. A railway overbridge is een brug over een railway, dat spreekt. Maar wat te denken van “a private function”? Call us for your private function. Het blijkt een prive-feestje te zijn. Hihi, Hahei. Dat zijn Maori-namen van dorpen. Ze houden van herhalingen hier: Kerikeri, Kohukohu, Mitimiti, Pipiniki.

We stoppen bij een Holiday Resort, op zoek naar een cabin of een caravan voor de nacht. De prijs is boven ons budget, in de Lonely Planet stond 20 dollar goedkoper. Do you have cheaper? No, this is the high season prize. Als we vertrekken, zie ik de manager armenzwaaiend komen aanlopen. Hij draagt 2 dikke boeken, steekt ze door ons open raam naar binnen: een complete catalogus van alle hotels, backpackers en campings in Nieuw Zeeland, met de prijzen erbij. And here’s the maps: een boek met 101 things-to-do en de kaarten erbij. Here you go, it’s all free. Op een apart los plannetje heeft hij aangduid waar we goedkoop logies in de buurt kunnen vinden. Hij stuurt ons dus gewoon door naar de concurrentie. Voor het goed van het toerisme in dit land. Onwezenlijk vind ik het.
Een paar uur later zijn we onderdak, ik zit ik ergens voor een computer in Paihia, ze gaan sluiten. Dan lees ik in m’n mail dat de vader van mijn dierbare vriendin Trees De Bisschop overleden is. Ik reageer nog snel voor ze sluiten. Bij het betalen verontschuldig ik me bij de vrouw achter de kassa, die speciaal voor ons langer opengehouden heeft. Ik leg uit dat dat de vader van een dierbare vriendin gestorven is. Ze krijgt prompt tranen in haar ogen en weigert me vervolgens iets aan te rekenen. It’s too sad really, with christmas and all.
Alles lijkt hier perfect in dit land: geen zee of stroompje of je kan tot op de bodem kijken, vis zo vers dat hij zelfs niet naar vis ruikt, champagne die de naam niet mag hebben, maar die beter is dan de beste Franse. Het is gewoon niet fair: ze hebben hier van alles alleen het goeie. Verrukkelijke geuren in het subtropische bos, maar nog geen enkel insect gezien, en weinig tot geen muggen. En altijd parkeerplaats voor onze huurauto.
In the Bay of Islands gaan we zeilen. De brochure belooft dolfijnen onderweg, of op z’n minst een pinguin in de verte. Mike, de skipper van de Gungha II, is een Canadees. Een uur geleden heeft hij 100 dolfijnen gezien, vertelt hij, en 3 pinguins. Maar nu zijn ze weg. Even wanen we ons in Nepal op zoek naar tijgers. Uiteraard zullen we dolfijnen noch pinguins zien. What the hell, zeilen is zalig.
Voor de echte zeilers: de Gungha II is 19 meter lang met een mast van 21m. De zeilboten koaten hier maar half zoveel als in Europa, en ze zijn dubbel zo goed van kwaliteit. Veel buitenlanders kopen een vliegticket enkele reis, kopen hier een boot en zeilen er terug mee naar huis. Een ideetje?
Het eerste kwartier in de auto is weird: ik ben bang! Johan rijdt 80, en ik heb de indruk dat we razendsnel en ongetroleerd vooruitgaan. Ik ben vergeten hoe een auto voelt! Maar het is onwaarschijnlijk hoe snel de luxe went. En linksrijden ook.De auto geeft ons nieuwe, vergeten, mogelijkheden: stoppen bij een uitzichtspunt, vertrekken als het ons zint, op een camping gaan staan en een cabin huren. Ik voel me een hobbit.
We eten nu voortdurend sea food, en het begrip mossel is hier niet Zeeuws: het zijn gigantische bruingroene schelpen. Melk smaakt hier zoals jaaaaren geleden in de kleuterschool, een volle heftige romigheid. De wijn is verukkelijk. Ze hebben hier ook de loffelijke gewoonte om een karaf water-met-ijs op je tafel te zetten als je in een restaurant binnenkomt. Je kan dus ook eten zonder dure waters te bestellen. En sommige restaurants hebben ook BYO – “bring your own”: je brengt gewoon je eigen fles wijn mee, en je drinkt die bij je eten uit. We hebben de tijd van ons leven. En over een paar dagen gaan we langs bij onze Nieuw-Zeelandse kennissen Andrew en Annemarie. Feestje bouwen. Maar eerst naar de Bay of Islands – zeilen.

Nu is het genoeg geweest. We gaan een auto huren – JoB z’n comment op “Belgisch” kunnen we niet negeren. We gaan besparen op logies, en heel het Noord- en Zuid-Island afrijden. Splashen! We spenderen een voormiddag aan het aflopen van grote en kleine verhuurbureaus. De 2 interessantste beloven allebei dezelfde Nissan 1400, alle schade bij ongeval afgekocht. Johan probeert de prijs nog iets te drukken door ze tegen elkaar uit te spelen. Ruta van “Juicy Rentals” geeft ons meteen een gratis ferry-overzet tussen de 2 eilanden. Maar we aarzelen. Johan heeft intussen al 15 cd’s gekocht, jazz in India, mantra’s in Tibet, keelzangen in Mongolie, Maorimuziek hier, en hij popelt om die allemaal tijdens de lange ritten te kunnen beluisteren. En Juicy Rentals heeft alleen een radiocassette in haar Nissans. Nu speelt Ruta haar grootste troef uit: our newer cars have a radio-CD player, and I guarantee that you’ll have one. Fantastisch, deal!
Wat een luxe! Gedaan met het slepen van een valies waar het handvat van loshangt, het wachten op bussen die te vroeg zijn vertrokken, het slepen met mondvoorraden en flessen water. We kunnen gewoon de auto volgooien met al onze rommel, en rijden, onder het luid meezingen van onze nieuwe muziek. Vooral over dat laatste is Johan in de wolken. We hebben de Cd’s in een apart zakje zodat we meteen kunnen beginnen luisteren.
De nissan ziet er patent uit, veel plaats, we tekenen het contract en hup weg, de autosnelweg op. Ik neem de Mongoolse keelgezangen. Waar is die gleuf hier? Ze is er niet. Ze hebben ons een auto met cassette gegeven. We nemen de eerste afrit terug. Bellen. You can come back but we can guarantee nothing. Ah nee? Dit is India niet! Service willen we, contract is contract. Terug bij Juicy Rentals proberen ze ons om te praten. Zelden Johan zo eloquent gezien. You don’t want a customer to be driving through your country pissed as hell ’cause you didn’t keep your promise. Het werkt. Een half uur later schallen de keelgezangen uit de luidsprekers.

De ferry naar Waiheke Island duurt 25 minuten. We zijn op zoek naar sporen van de Maori cultuur, de Polynesische mensen die rond 1200 in New Zealand zijn geland. Tot nu toe hebben we alleen de kanonnen gezien waarmee ze moesten worden bevochten nadien. In 1600 kwam Abel Tasman langs – een Hollander! – en hij noemde de eilanden Nieuw-Zeeland. Nooit eerder bij stilgestaan. Maar het zijn de Britten die de zaak hier ingelijfd hebben.
Waiheke is bekend om z’n mooie beaches. We gaan straks ook zwemmen, en ik ben blij dat we niet zo zwaar geladen zijn als de vorige dagen. Toen hadden we ons laten misleiden door een druilerige regen ’s morgens. Dus regenjassen en fleecen, de hele dag mee te zeulen. Maar nu hebben we het door: in de ochtend is het hier lichtbewolkt, het druppelt wat, maar vanaf 11 uur is er stralende zon, zo’n 25 graden, en een aangename bries. Het ideale klimaat. In de etalages kerstmutsen en sneeuw.
Waiheke is tropisch, met een geur van regenwoudbloemen, wijn- en olijfgaarden. Van de maori’s geen spoor, tenzij hier en daar een typisch gezicht. Ze zijn blijkbaar volkomen geintegreerd – maori is erkend als officiele taal. Wat we tot onze verbazing wel vinden:

HA! hier moeten dus ook Vlamingen geweest zijn. In Ostend is de vismarkt! En in de plaatselijke liquor store is er Leffe en Chimay. Bij aankoop van 12 flesjes Stella Artois krijg je een DVD van James Bond cadeau.
Onze kustwandeling blijkt langer dan verwacht. We hadden beter toch onze stapschoenen aangetrokken. Als we besluiten dat we moeten inkorten, zien we over zee de wolken aandrijven. Binnen het kwartier zijn we doorweekt. Geen middel om te schuilen. Het regent een uur hard, dan blijft het tergend drizzelen. Ja, we zijn in Ostend, Belgium.

“Do yi want roice? Eny drenks? The woinelest?” Ik kijk de waitress verwilderd aan. He?
Dit is typisch. De helft van de tijd begrijp ik niet waar ze het over hebben. En als ik iets vraag, begrijpen ze mij ook niet. Toch is dit Engels. De germaniste in mij lijdt.
We dineren als koningen met uitzicht op de haven, want Auckland is “The City of Sails”. Onze stemming kan niet op: als we aan een kraantje draaien, komt er een fikse straal warm water uit, we drogen ons af met wollige handdoeken, het internet gaat razendsnel. Ik blijf me verbazen over hoe proper en afgewerkt alles hier is, alle gebouwen hebben ramen, nergens rokende vuilnisbelten, je kan eten van het trottoir. Vulnisbakjes op elke straathoek! Aanmaningen om litterers aan te geven!

Ik zie nog het beeld voor me op de Indische bus naar Aurangabad: een jongetje probeert tevergeefs z’n lege pakje chips door het raampje naar buiten te duwen, z’n moeder snelt behulpzaam toe, schuift het raampje wat verder open.
Terug van onze maaltijd wil ik de brede straat oversteken, een auto komt de hoek om gedraaid, ik spring achteruit. De auto vertraagt! Ik ga nog verder achteruit, kijk ongerust om. De auto stopt een meter van me af! Nu weet ik helemaal niet meer wat ik moet doen. En dan zie ik de chauffeur een gebaar maken: steek maar over. Ze stoppen hier voor voetgangers!

Het is druk aan de customs. Indiers, Chinezen, Europeanen, Zuid-Amerikanen, enfin de hele wereld wil Auckland, Nieuw-Zeeland, binnen. Het land heeft 4 miljoen inwoners, en 2,5 miljoen toeristen. Als het eindelijk onze beurt is bij de douane, moet ik tot m’n verbazing de onderkant van m’n schoenen laten zien. We krijgen een berisping: vergeten onze trekkersbottines aan te geven. Ze zijn hier streng op hun eilanden. En dan zijn we eindelijk buiten.
Een sterker contrast met India is niet denkbaar. Dit is Dusseldorf, Rotterdam, London maar dan aan zee. Trendy terrassen, blinkende skyscrapers, weinig volk. Verrukkelijke vis. Chardonnay, Pinot Noir, Riesling. Of “Old Country Wine”, de Europese import.
Maar voorlopig is het een tantaluskwelling. India heeft me op de valreep een cadeautje meegegeven: de langverwachte gastro-enteritis. De Traveldoctor maakt er korte metten mee, meteen feces naar het labo, van 3 opeenvolgende dagen – we cannot be too sure – dehydradatie-oplossing, slapen, en vasten. En 2 soorten antibiotica, de beroemde witte producten van het kiwimodel. Witte doosjes zonder merknaam, alleen de samenstelling staat erop. Ze werken. Johan komt er met wat krampen van af.
Maar oh wat is het hier duur. Mumbai was al een kleine aanloop – heel India was trouwens aanzienlijk duurder geworden dan toen Johan er de eerste keer was. Maar dit zijn Belgische prijzen. We zullen de kapitalist moeten uithangen.





