
Tiger Lodge in Sauraha voelt een beetje fake aan – een reeksje bungalows die ons het gevoel moeten geven dat we kamperen. Maar het ligt prachtig aangevleid tegen de jungle, alleen de rivier scheidt ons. Daar zitten ze dus, de tijgers, rino’s, beren en krokodillen. Hier in Chitwan National Parc is het de enige plaats in Nepal waar toeristen onder stricte begeleiding te voet de jungle in mogen. De manager van de Lodge geeft ons wat advies voor onze tocht: geen felle kleuren dragen, camouflage groen en bruin graag, zeer stil zijn, en zeer goed de gids volgen. Want het wordt most dangerous and exiting. We gaan 5 km de jungle in. Onze gids, Krishna, komt ook al even kennismaken. Hij prent ons de veiligheidsvoorschriften in: hij loopt voorop, en achter ons loopt een tweede man, allebei zijn ze gewapend met een stok. Als we een beer zien, en we kunnen niet op tijd in een boom klimmen, dan zullen ze proberen de beer met hun stok bewusteloos te slaan, en dan: lopen. Komt er een rino op ons afgestormd, dan moeten we als de bliksem achter een dikke boom springen, en de rino laten voorbijrazen. De gids zal dan een gekleurde sjaal op de grond gooien, en dan maar hopen dat de rino die aanvalt in plaats van ons. Een wilde olifant is simpeler, gewoon onmiddellijk omkeren en terugwandelen, zeker niet lopen. Hij vertelt ons ook over een krokodil aan de oever – daar – die 5 honden had verslonden en zelfs een buffel had aangevallen. Ik voel me met de minuut onrustiger worden. Dat wordt extreem spannend morgen. But the crocodile has moved upstream now, zegt Krishna. Om zes uur verwacht hij ons, het ontbijt zal klaarstaan, en dan vertrekken we per kano naar de andere oever.
Half zes zitten we klaar. Iedereen in Lodge slaapt nog, we moeten de keuken wakker maken. Maar we zien wel de eerste toeristengroep aankomen, in een kano stappen en afvaren. Onze gids is niet gehaast, wait little bit, take your time. Om half zeven nog steeds geen spoor van ontbijt. Er ontstaat nu een file aan de boten. Zeven uur, en nog steeds kunnen we niet vertrekken. Intussen is de jungle al overbevolkt met Hollanders die elkaar enthoesiast toeschreeuwen hoe leuk het hier wel is. Eindelijk, om half acht maakt onze gids aanstalten om te vertrekken. We zitten met 3 duo’s in de boot – en ze hebben alle 3 hun eigen gids. Die geven alle drie uitleg, zodat er geen touw aan vast te knopen is. Na 10 minuten is de Canadees achter ons het beu, en hij begint te vertellen waar hij overal al niet geweest is, en een licht-hysterisch Russisch meisje voor ons is druk bezig om aan de gids haar leven te vertellen. Dan gaan we aan land, op zoek naar de tijger – HA. Na een kwartier merk ik dat we helemaal de jungle niet inlopen, maar een soort zigzagbeweging maken langs de oever. We zien veel vogels en herten. En een aap. Normally many here, zegt Krishna onze gids, but today not. Hij toont ons ook een pootafdruk van een rino. Look here, normally rino comes drinking, but today not. We zien wel veel andere toeristen. Always many many. Krihna heeft blijkbaar een prostaatprobleem, om het kwartier moet hij plassen. I go looking waterfall, but no animal there. Na 2 en een half uur zigzaggen vraagt hij of de jungle walk lang genoeg heeft geduurd, want hij wil geen klachten achteraf. Wij hebben intussen genoeg gezien.
’s Avonds in onze kamer krijg ik een kleine hartstilstand van schrille kreten die uit de badkamer komen. Het zijn 3 kleine lizards die haastig wegkruipen tegen het plafond als Johan het licht aandoet. Ik doe geen oog meer dicht.






No comments yet
Feed met reacties voor dit artikel