We klimmen onder een aangename temperatuur, 25 gaden, de heuvel op. 550 meter. Steil. Gelukkig geen andere toeristen voor ons. Namaste! Where you from? De Nepali zijn vriendelijke mensen. Halverwege de tocht raakt johan in gesprek met een jongetje. Hij geeft ons plechtig een hand. Welcome to Nepal. My name is Surut. Hij loopt een eindje met ons mee. 2 minuten later is z’n vriendje daar ook. My friend Turin. Ze spreken allebei erg goed Engels. Het zijn rustige jongens, niet de agressieve bedelaartjes die we hier geregeld achter ons aan hebben lopen (“give rupee!”), een hele verademing. 12 jaar. Surut wil dokter worden. Om veel geld te verdienen? probeer ik. No, to help the sick people. Ik ben waarlijk aangedaan. Er is nog idealisme in de wereld. Hij wijst ons een kortere weg, geeft me een hand als ik een hoge steen op moet, en vraagt me uit. Wat ik doe, en my husband. Zij moeten vandaag niet naar school, holiday for Vishnu. De school waar we langskomen is nochtans vol met kinderen. Waarschijnlijk intern. Your husband is tall, long legs. En even later staat hij daar met een bloem voor mij. Intussen loopt Turin voorop met Johan. We hebben echt een aangename dag met de 2 jongens, delen onze picnic met hen, en moeten perse met elk van hen op de foto. Nice picture.
onverwachte gids
Als we bij het afdalen opnieuw langs hun huis komen, maak ik me klaar voor een ontroerend afscheid, en ik besluit hun adres te vragen. Ze stoppen. My house. En dan komt het. Give me money. Ik ben zo verbouwereerd dat ik het eerste briefje pak dat me in handen komt. 50 rupees, 25 fr. Ik zie aan z’n gezicht dat het veel te weinig is. Hij draait zich om en loopt weg. Heel deze opbouw, het doktersverhaal, de mini-gigolo gedrag, het is deel van de business. Waarschijnlijk specialiseren ze zich in iets oudere dames al dan niet met echtgenoot. Op de terugweg komen we hele groepen kinderen tegen. School is out.