Gisteren heeft het geregend vanaf 5 uur. We weten het zo precies, omdat hier elke avond op hetzefde uur de elektriciteit uitval. Na een paar uur gaat het licht weer aan. Warm water daarentegen heeft ons hotel 24 uur op 24. Geleverd door de zonnepanelen op het dak. Wij zijn hier aan het splashen. Mooi hotel, lekker eten, en: vandaag gaan we paragliden, 600 meter naar beneden, naar het meer. Duosprong, dus wij moeten alleen maar hangen.

Onze piloten blijken Frans te zijn, uit Grenoble. Leuke kerels. Helm op – die van Johan blijkt nadien veel te klein geweest te zijn – , extra parachute voor het noodgeval, en dan worden we ingegespt. Eigenlijk had ik graag een filmpje gemaakt, maar gezien het spannende van de situatie, toch maar niet. Stel je voor dat je gsm valt. Of jijzelf. We krijgen uitleg hoe we moeten starten. Gewoon naar de afgrond toe stappen, dan lopen en blijven lopen. Zoals die mannetjes in stripverhalen die nog niet beseffen dat ze aan het vallen zijn. Ik krijg plots een niet te controleren bibber in m’n benen. Daar had ik niet mee gerekend. Ik dacht zoals een luchtballon omhoog te gaan. Niet dus. Compris, vraagt de piloot. Compris. Het wachten is het ergst. We zijn met een groep van 6, er zijn nog 4 wachtenden voor me. Wachtend op “un bon vent”. Een voor een zie ik ze naar de afgrond lopen, een gewisse dood tegemoet. Dan is het mijn beurt. Marcher! 1, 2, 3 stappen en ik ben aan de rand. Courir, pas sauter! En dan gebeurt het wonder; ik hang en glijd de afgrond in, dan hop omhoog, de wolken tegemoet. Ver achter mij zie ik Johan vertrekken.
Dit is GEWELDIG. Beter dan de kermis. We gaan in kringen omhoog, met de turbulentie mee, en komen dan weer zachtjes naar beneden. tegenover ons komt even de besneeuwde piek van een berg kijken, 600 meter onder ons blinkt het meer. Dan zie ik de arenden. 10 of meer, met reusachtige vleugels, vliegen met ons mee. Ze volgen de luchtstroom waar wij op drijven, achtervolgen ons, of blijven vlak onder ons hangen. Het is alsof ze zeggen: “Come fly with us!” Zo moet het zijn als je met dolfijnen zwemt.

koe in verkeer

De bus terug naar de “Lakeside” is overvol. Letterlijk. We laten ons er bijduwen. Johan hangt met 1 been en 1 arm buiten, samen met een jongetje en de conducteur. Onderweg zien we voor de 2de keer een koe die zich heeft geinstalleerd in het midden van de weg. Waarschijnlijk woont ze daar.

Benieuwd hoe de elephant ride zal aflopen op onze volgende bestemming : het natuurpark Chitwan. Er zitten tijgers.