De grens tussen China en Nepal gaat om 10 uur ’s ochtends open. Een eindeloze kolonne vrachtwagens blokkeert de rijweg van het bergstadje Zhangmu, in een niet te beschrijven chaos. De weg loopt naar beneden, daar is de Chinese grenspost. We lopen er met onze pakken naartoe, er kan geen taxi door. Een 200-tal toeristen staat te wachten. Er hangen ook veel autochtonen rond, ik denk Tibetaanse nomaden. Zij spelen een kat-en-muis-spel met de militairen die de grens bewaken. Met een 20-tal chargeren ze, en proberen langs de grenspost te geraken. Keer op keer worden ze teruggejaagd, en dan lopen ze lachend terug. Geen idee wat er aan de hand is. Misschien zoek ik er teveel achter, en is het simpel: de toeristen krijgen voorrang. Wij vullen onze exit-papiertjes en onze gezondheidspapiertjes in. Do you have aids/hiv? vul daar maar ‘ns YES op in.  Het is een vreemd gevoel om te zien hoe ze iets invoeren op een Chinese computer, en hoe daar plots je naam verschijnt, met een heleboel gegevens.  Okee, we zijn door fase 1, nu 8 km niemandsland door.

Met 6 passagiers en 12 koffers in een minibus en toch lachen

De minibusjes staan al klaar, ze duwen onze bagage erin, en ons ook als sardienen, en daar gaan we,  nog dieper naar de rivier. Langs deze smalle bergweg staan nu de vrachtwagens die van Nepal komen in een gigantische file. Na een paar kilometer zitten we vast, we kunnen niet meer voor of achteruit. Voor ons beginnen Chinezen hun handelswaar op hun rug over te laden. Wij beseffen wat ons te doen staat: uitstappen en te voet verder. Het lijkt een volksverhuizing, we slepen onze bagage over de modderweg langs vrouwen met 2 grote gasflessen op hun rug, een man met een kast, jongens met kubieke meters stoffen.  Dan zijn we aan de brug. Opnieuw aanschuiven,  opnieuw een Chinese grenspost.  De brug over, dan de Nepalese grenspost  – de militair daar heeft een mitraillette – en we zijn in Nepal.

Nu is het simpel: alle bussen rijden naar de hoofdstad Kathmandu. 7 uur rijden. Dit heb ik nog nooit gezien: de vloer van de bus is een halve meter verhoogd, omdat er dozen op gestapeld zijn, met drank. En daar lopen we op, we moeten oppassen dat we ons hoofd niet stoten tegen het plafond. Voorts is elk hoekje volgestrouwd met goederen, rugzakken en voedsel. Wat er niet in kan, gaat op het dak. En daar zitten ook al een stuk of 10 passagiers. Wij vinden nog net een hoekje binnen achteraan, en daar gaan we. De weg is voor de verandering opgebroken. En voortdurend springen er passagiers bij, ze verdringen zich, het is niet bij te houden. Ze rijden hier links, het duurt even voor ik het door heb. De tegenliggers rijden tot de laatste seconde recht op elkaar af, ik denk een botsing, en dan gooit onze bus zich naar de verkeerde kant en raakt de ander op een centimeter na niet. Na een paar uur stoppen we. Zijn we er? Een local die Engels kent, komt met het bericht: Everybody out. Sleep here, tomorrow Kathmandu. Why?? There is a rock on the road. Wat is dat nu weer? Wij blijven zitten. Maar als ze de dozen drank van onder onze voeten beginnen weg te halen en door de ramen naar buiten te hijsen, weten we hoe laat het is. Johan raakt aan de praat met een Nepali die wat Engels kan, hij zegt dat er minibusjes gaan komen. We eten ons eerste Nepali food, en praten wat met Australiers die net als wij gestrand zijn. Daar is de man weer. Hij heeft 2 plaatsen in een taxi voor ons, voor 1000 rupees  – 500 fr. Da’s veel te veel, en we weigeren. Ik twijfel even, nu zitten we hier wel, maar tot m’n verbazing blijft de chauffeur nog even staan. We krijgen de prijs naar beneden tot 400 rupees voor ons 2, en we wuiven de Australiers goodbye. De “taxi” is een soort  mini waar al 2 Nepali’s inzitten. Als de weg steil omhoog begint te gaan, begint het ding te pruttelen alsof het elk ogenblik uit elkaar zal vallen. Het is duidelijk niet gemaakt voor dit soort weg, of dit soort lading. Een half uur later is het zover: we staan aan de kant met lekke band.  We zien we een bus voorbijrijden, de Australiers wuiven ons vrolijk toe. Band vervangen, en verder. Nu beginnen we van alles te ruiken. We stoppen bij een garage, oververhit. Er wordt wat geprutst onder de motorkap, er gaan 3 liters waters in. We rijden nu zo mogelijk nog trager. Telkens als de chauffeur ergens water ziet, is het stoppen, en bijvullen. Dat wordt duwen straks.

Maar we naderen de hoofstad. In Bhaktapur, op 40 km, is er iets aan de hand, massa’s volk op straat, mensen in opgewonden stemming. We zien verschillende uitgebrande olievaten en grote stenen op de weg. Tientallen bussen aan de kant, ook die met de Australiers. Dit lijkt op een roadblock. En dan wordt het helemaal spannend. Tientallen jonge kereltjes verdringen zich rond ons autootje, kloppen op de carrosserie, en roepen de chauffeur van alles toe. We mogen niet door. Er wordt op ons gewezen, en heftig geargumenteerd. Het woord beli-sher valt – Belgie. De kereltjes overleggen. En dan ineens mogen we door. Onze medepassagiers lachen opgelucht: “Beli-sher’. De weg is nu plat, dus het autootje rijdt weer 60. We zien het teken van de luchthaven, en dan opeens stoppen we, iedereen betalen en uitstappen. De chauffeur wil ons hier langs de weg dumpen. Johan besluit een scene te maken. Hij stelt de chauffeur voor de keuze: nul rupees nu, of de afspraak houden en ons tot in Kathmandu zelf brengen. Er vormt zich meteen een groepje belangstellenden. De chauffeur weigert.  Ah ja? Zonder ons was hij zelfs niet door de road block geraakt! Hij zou ons verdorie moeten betalen omdat we mee wilden rijden! De chauffeur schiet in de lach – daar heeft hij niet van terug. We stappen weer in. Onmiddellijk kruipen de 2 andere passagiers ook terug in auto, blij dat ze ook verder kunnen. Ze blijken plots wat Engels te kennen, en putten zich uit in toeristische informatie. En zo bereiken we ten slotte Kathmandu. Drie uur later, als wij al gedoucht (!!!) op een terrasje zitten te eten, zien we de Australiers zwetend hun valiezen van een vrachtwagentje halen.

In een Engelstalige krant de volgende dagen lezen we over een moordpartij op 18 mensen onder wie de zoon van een minister. Niet in Kathmandu zelf , maar in een uithoek van het land. De maoisten zijn woedend omdat de beloofde verkiezingen uitgesteld zijn. De road block zou een actie geweest zijn van de buschauffeurs die betere werkvoorwaarden eisten. Er zou expliciet gevraagd zijn om toeristen niet te hinderen. Als we navraag doen, blijven de antwoorden vaag. Het fijne zullen we er nooit van weten.

http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/7033689.stm