Een Nissan Terrano met het stuur aan de rechterkant. Dat is ons vervoermiddel. Hasja – chauffeur, kok, tolk, gids, en dat allemaal in gebroken Duits – geeft er een lap op. 50 per uur over wegen die nauwelijks zichtbaar, laat staan berijdbaar zijn. Op de achterbank kweek ik geweldige armspieren door me vast te houden aan de zijhendels. Langs de weg vliegen roofvogels op, spurten schapen en geiten weg, en galopperen paarden voorbij. En altijd een witte yurt aan de horizon. yurt

Die yurts! De meeste met een satellietschotel voor hun televisie en een zonnepaneel voor hun elektriciteit. Maar geen stromend water, geen toilet, en specifieke eetgewoontes. Elke yurt heeft zn eigen geur, afhankelijk van het soort dieren dat de eigenaars kweken. Geit, schaap, of paard.

We kamperen naast geitenkwekers. “Du Tina, Suppe machen” – terwijl de mannen de tent opzetten. Ik besef dat dit noch de plaats noch het moment is voor een feministische discussie. Een nomade te paard komt aan, stopt en gaat bij de soep op de grond zitten. Hasja spreekt met hem. Ik moet hem een kom soep en brood geven. Dan vertrekt de man. We zijn we uitgenodigd om in de yurt te gaan eten, zegt Hasha.