Ons uitzicht: taiga met daarboven een paar wolken in staalblauwe lucht. Onze lectuur: de cursus Russian for Beginners, Russian Shortstories, en Dostojewski – ooit een balling in Omsk. ’s Ochtends op de perrons dragen de mensen pullovers en jassen. Nog nooit zoveel naar treinen gekeken, en nooit gedacht het zo fascinerend te vinden: locomotieven, goederenwagens met landbouwtuigen, kranen, gigantische schroeven, veel legermaterieel, en hele boomstammen.

De provodnitsa brengt nu ook lunch: cornflakes, rijstpap, salami, brood en kaas. Njet betalen en alles opeten zo beveelt ze. Bij valavond verschijnt ze met vis uit blik, aardappels met gesmolten boter, en – uiteraard – uien en augurken. De samovar op de gang blijkt ook als kacheltje te fungeren: hoog opgestookt met houtblokken geeft het een bepaald Siberische sfeer. Omsk glijdt aan ons voorbij, Barabinsk, Novosibirsk, Krasnoyarsk. Monumentale witte stationsgebouwen. We zijn nu elk besef van tijd kwijt. Hebben we dit gisteren gedaan of vanochtend? Het is onbelangrijk. Intussen weten we dat we de enige Westerse toeristen op deze trein zijn. Wat een gepriviligieerd gevoel. We zien meer en meer Mongolen en Chinezen opstappen. Morgenvroeg bereiken we Irkutsk. Als laatste avondmaal brengt de provodnitsa soep. Solyanka. We zullen deze trein vetgemest verlaten.






No comments yet
Feed met reacties voor dit artikel