kijk even mee uit het raam van onze coupe… 

Nergens slaap je zo goed als in de Transsiberische trein.  Dit is het ultieme reizen: aankomen en vertrekken, zonder iets te moeten doen. 4 dagen en 4 nachten. De gemiddelde stoptijd in een station is 20 minuten. Telkens verdringen verkoopsters zich met hun koopwaren, die ze in plastic emmers zo van hun veld lijken te gehaald te hebben: appels, besjes, kersen, look, augurken, uien, wortelen, aardappelen, bieten, champignons, eieren, pannenkoekjes, brood. Uiteraard ook salami, bier en vodka. Als we een paar blini’s willen kopen, grijpt provodnitsa  Katja in: zij koopt, wij geven het geld. De blini’s zijn meteen de helft goedkoper.  Niet dat we ze nodig hadden voor ons ontbijt: even later brengt Katja thee, en aardappelen met brood en koekjes - we hebben haar hart veroverd. Van onze medereizigers merken we zo goed als niets, hun deur is altijd dicht. Alleen 2 Russen komen nu en dan op de gang. Ze ruiken naar bier en vodka. 

Het is plots kouder geworden: ik heb ’s morgens al drie laagjes nodig.  We passeren de obelisk die Europa van Azie scheidt, en zien de eerste heuvels van de Oeral. Van nu af aan wordt ons uitzicht bepaald door de witte glinstering van de berkenstammen. Vanuit de verte lijken ze op de White Cliffs of Dover. In de restauratiewagen is de soep van de dag nog altijd solyanka – met zure room.