Als we de brug over rijden, staan daar groepjes mensen opgewonden naar het water te wijzen. “Een beest”, zeg ik.
Er liggen wat dode boomstronken aan de oever, maar dan begint er eentje te bewegen … het zijn grote krokodillen, die waarvan we gelezen hebben dat ze alleen in Costa Rica in het wild leven.

Op een eilandje in het midden van het water liggen er vier. Vadsige wezens zijn het, en vals. Ze doen alsof ze slapen, maar altijd blijft er een stukje oog kijken. Dan spert er een z’n bek wijd open, en we zien de batterij tanden verschijnen. Een oranje vlinder komt aangevlogen …. en nestelt zich ertussen!

cocodrillo met vlinder in muil

Ik probeer wat te filmen met de iphone, maar het is veel impressionanter in het echt. Vooral als de laatste krokodil onder het wateroppervlak verdwijnt … maar even later weer de kop opsteekt.

Onze laatste hotelletje is in de universiteitsstad Heredia. Voor het eerst op deze reis heb ik last van de luchtvervuiling. De files in de smalle straten zijn enorm. Er is een grote geel-rode gekte aan de gang: vlaggen, sjalen, ingepakte auto’s. “Football club Heredia” zegt een vrouw, “jugan mañana a las seis”.
Dan blijken plots de straten afgesloten. Er staan rijen mensen, venters verkopen taboeretjes, opblaasbeesten en lichtgevende kerstmutsen. Fiesta de la Luz!
Hebben wij even geluk, uitgerekend op onze laatste avond! We zoeken een staanplaats en wachten in spanning.

Gigantisch geloei van politiewagens kondigt het begin van de stoet aan. De massa wordt opgewonden. Volgen: een brandweerwagen, politiemotoren, en eindeloze groepen schoolkinderen die “Jingle Bells” spelen. Boring. Is dat alles? Dan auto’s met zware geluidsinstallaties. Het is hier blijkbaar mode om met open deuren te rijden :-)

... en dan zo rondrijden, met die portieren in de lucht

Een eigenaar heeft extra zijn best gedaan:

Of oldtimers met lichtjes versierd

Dan, eindelijk: de steltenlopers. Ik haal de iphone boven.

En dat is alles!!

Dan maar terug naar ons hotel.

We zitten nu in Hotel Vista Pacifico hoog in de heuvels rond Jaco, met zwembad en uitzicht.

in Hotel Visto Pacifico in Jaco

Johan heeft cd’s gekocht, en dat betekent dat het einde van onze vakantie nadert. Het zijn onbekende namen – Malpais, Ray Tico, en Walter Ferguson. Klonken goed bij voorbeluistering in de shop. Hoe hij ze telkens weer weet te vinden, is me een raadsel.

Ik heb mijn lievelings-tropendrank herontdekt: spuitwater met limoensap en een half lepeltje zout. De regen ben ik nu gewend, maar het blijft een raar gevoel om doornat te zijn van zweet én regen tegelijk. Mijn haar steekt elke ochtend verwilderd alle richtingen uit, tot groot vermaak van Johan. Ik strijk het plat met m’n handen. De sokken die we hebben gewassen, hangen al twee dagen binnen te drogen bij de ventilator. En zout uit een zoutvatje krijgen vergt engelengeduld. Maar voor mijn sinussen zijn deze weersomstandigeheden een zegen.

“Con mucho gusto”, dat is de uitdrukking die ik hier het meest heb gehoord. Costa-Ricanen zijn supervriendelijk voor de toeristen. We zijn niet bestolen en hebben niet het gevoel te zijn afgezet. In de stad staan er wel security guards aan de supermarkt met de revolver trekkensklaar. De TV-toestellen op het terras van restaurants hangen in een afgesloten metalen kooi, tegen de dieven. En de huizen zelf staan vaak ook in een kooi, zodat het lijkt of er gevangenen wonen.

bij ons in Costa Rica gaan ze niet inbreken

Op de televisie spelen ze verhalen over sneeuw en haardvuren, en onze hoteleigenaars hebben juist de laatste hand aan de kerstversieringen gelegd..

Zalig kerstfeest!

In het Nationaal Park “Marino Ballena” worden we verondersteld om de dolfijnen te zien opspringen en de walvissen te zien paren in de zee. Ik ben niet verbaasd als we daar niks van merken. Een mooi leeg strand, dat wel.

Marino Ballena National Park

En een paar “hawler monkeys” – brulapen.

brulapen

Als we terug naar onze hotelkamer lopen, ontwijk ik nog net op tijd de draad van een gigantisch web. Als Johan me even later de foto toont, krijg ik ei zo na een toeval.

griezelspin Costa Rica

Tussen twee buien door gaat het richting Jaco, naar het populairste natuurpark van het land. Over een laatste stuk bumpy road.

Park Manuel Antonio is een soort regenwoud-Planckendael, maar dan zonder afsluitingen en met een prachtig tropisch strand.
Omdat het ons laatste park is, huren we een privé gids-met-telescoopverrekijker. En dat loont. Lenny laat ons door de telescoop een foto maken van een luiaard, en zo zien we hoe de armen vol met groene algen hangen.

luiaard met armen vol algen

“Eat”, zegt Lenny, en dropt een pakketje termieten op Johans hand, “Much protein”. Ik pas, maar Johan laat zich niet kennen.

termieten eten

Een iguana, nog levend deze keer – onderweg naar hier lag een doodgereden exemplaar.

een liguaan - iguana

En aan de rand van het strand een beest dat we nog niet hadden ontmoet, een wasbeer-achtige: een raccoon.

Raccoon

De apen worden hier helaas door de toeristen gevoed. Soms nemen ze de hele zak chips mee de bomen in.

kapucijnaapje met zoute chips

In de douches en op het strand zien we opvallend veel mooie jongens in tweetallen. Manuel Antonio staat bekend om zijn homovriendelijkheid. Er is een naaktstrand voor holebi’s, maar aangezien wij de doelgroep niet zijn, laten we dat links liggen.

Dan maar een filmpje gemaakt van de zeekrabbetjes die naarstig rondscharrelen in het zand.

De toekan in de boom naast ons terras is gestopt met fluiten; zelfs hij vindt de regen te hard. En de zwakke internetverbinding gaat voortdurend weg, ook van de regen zegt Johan.

We zitten in Ojochas in een Duits hotel met een gastvrouw die volledig aan het stereotiep beantwoordt. “Machen Sie kein Tour? Warum nicht? Keine Interessen? Ah, kein Frühstück? Also möchten Sie wirklich kein Tour machen?”

Maar ze heeft een zwembad, en zwemmen in de gietende regen is geweldig.

Dit is onze meest regenrijke vakantie ever. Zelfs de sluiting van mijn bikini is doorgeroest.

Om twee uur in de namiddag begint het te druppelen, eerst zacht, dan geleidelijk in crescendo, en als je denkt nu kan het niet meer harder, begint het serieuze werk. Na een paar uur volgt dan een langzame afbouw. Dat is het scenario van de laatste 5 dagen.

Ik nip aan mijn duur glas Sauvignon blanc en kijk naar de kerstversiering.

In de supermercado hebben ze aloé-vera-gel die zou helpen tegen de jeuk. Whatever, ik zal het toch moeten uitzweten.
We kopen meteen ook ons voorraadje bananen. De cassière vraagt of ik het verschil ken: de kleine, de banana, eet je uit de hand, de grote platano bak je in de pan.
Dus in België eten we bananas. En die zijn altijd krom. Platanos daarentegen kunnen ook recht zijn. Met een buikje. Jammer dat we die bij ons niet kunnen kopen, want ik vind die het lekkerst.
In de supermercado hadden ze alleen kromme; de foto is niet wat hij had kunnen zijn.

banaña en platano

Als Europeaan word je wel bescheiden hier. Betalen is in dollares of colones, hun nationale munt. In euro zijn ze niet geïnteresseerd. In China – tot onze verbazing – was dat wel anders. En nu pas hoor ik dat colones afgeleid is van Christobal Colon, jawel, de ontdekkingsreiziger.

Kokosnoten hoeven we niet te kopen, die vallen van de bomen op ons terras. En dan haalt Johan zijn multifunctioneel Zwitsers mes te voorschijn.

En intussen blijft de tropische regen neerstromen. Onze paperbacks krijgen spontaan omgekrulde covers van het vocht. En onze kleren waren al nat – drogen lukt niet meer.

Als we het beu zijn, gaan we buiten in de regen in de jacuzzi zitten.

‘t Wordt tijd dat we op zoek gaan naar wat zon. Nu gooien we ons in het meest toeristische deel van de Pacific Coast. We gaan naar Ojochal.

PS Dirk: internet is hier supersupertraag; ongeveer 2 uur om een filmpje van 1 minuut op te loaden. Foto’s idemdito.

“Okay, I’ll give you a discount if you stay for a few days” zegt Jason. Plots is de seaside cabin niet meer boven ons budget. En de kayak is inclusief.

kayaken kan zware gevolgen hebben

We kijken uit op de “Golfe Dulce” in Puerto Jimenez. Aan de einder liggen dure jachten voor anker, en geregeld vliegt er een pivévliegtuigje over het water richting oerwoud. Naar het Corcovado National Park!? “Een groot stuk regenwoud aan de kust is opgekocht door rijke Californians”, zegt Jason. “You know what? There is a road; you can easily drive there yourself, as long as you don’t enter their properties ….. and it’s full of wildlife”. Daarmee bedoelt hij ook dieren ;-) .
Ik ben meteen voor dit plan gewonnen. Want het alternatief is een begeleide twee- of driedaagse voettocht door het park, met een dure gids en overnachting in tenten samen met kleine beestjes. En dan zou je volgens de touroperators ook massa’s grote dieren zien, miereneters, apen, vogels en wie weet: een jaguar. Ja, als je ‘s nachts op loer ligt misschien. Niet als je samen met honderden luidruchtige toeristen en hun gidsen om zeven uur het pad betreedt.

En dus rukken wij er met auto op uit, gewapend met een uiterst gedetailleerd plannetje, eigenhandig door Jason getekend. “Last time I did this for a guest, he didn’t even say thank you. My boss had to give me a 20 dollar tip himself”. Zo, nu weten we meteen hoeveel hij verwacht.

Het is een bumpy ride. Vier keer moeten we door een riviertje rijden. Dan gaan we te voet verder. Midden in de tropische wildgroei zien we plots op geregelde afstanden prikkeldraadafsluiting, met waarschuwingen als: “Private!” “Perro!”. Daarachter dan een perfect aangelegde oprijlaan die verdwijnt tussen de exotische bomen, en de schemering van een dak. Rich Californians… ‘t Zou niet misstaan in een James-Bondfilm.

Dan, boven ons, Johan is net op tijd met z’n camera:

Even later worden we bekeken door een achterdochtige “squirrel monkey”

squirrel monkey

… een toekan haalt zijn brede neus voor ons op

toekan

En we lopen discreet door bij een amoureuze reptielenconfrontatie

reptielenliefde

Tijdens onze terugweg belanden op het strand, waar een surfer de golf van zijn leven trotseert.

En nu constateer ik met afschuw dat ik volsta met rode bobbels. Wat is dat???? Ik tel er 39 op mijn rechterbeen alleen. Er staan minuskule puntjes op en de jeuk is een kwelling. Het is alsof ik een zware aanval van mazelen heb!

“Yeah, it’s the beach”, zegt Jason. “It comes with kayaking and all”

Zandvlooien.

We staan bibberend te wachten op onze gids. Het is een korte nacht geweest. Een groep Franse damessenioren gaat met ons mee, perfect uitgerust met mutsen en handschoenen.
Gisteren hebben we in de berghut informatie over de quetzal gelezen: hij is klein, gele snavel, rode buik, mannetje met groene kap, vrouwtje met blauwe. De veren fluoresceren in het licht. Voor de Inca’s en de Maya’s waren ze meer waard dan goud. Wie de vogel doodde, werd zelf omgebracht. Zal hij zich aan ons laten zien? Ik betwijfel het.

DSC_0846

We klimmen het moerassige pad op. Geen tien minuten later zink ik tot aan mijn enkels in de modder; Johan moet me eruit trekken. Intussen brengt onze gids een niet-aflatende stroom van vogelgeluiden voort. Hij stopt, kijkt hoopvol rond, loopt voort, stopt weer. Geen quetzal. De Françaises zijn er stil van.
We klimmen nog hoger. De gids stopt weer, raapt een klein groen bolletje van de grond. “Little avocado, food of quetzal.” Hij wijst: “Yesterday he was there, today no see”. We geven het avocadootje door alsof het een relikwie is.
De gids koert nog wat, zeer weinig overtuigend nu, en geeft het dan op. “Lo siento, no show today”.
En daarvoor zijn we zo vroeg opgestaan.

Dan komt plots een man ons tegemoet gerend; hij zwaait met z’n armen: “Quetzal, other side!” Er wordt nu gelopen, ik val languit in de modder, maar krabbel welgemutst weer overeind, want hij is geland!
Even verder staat de groep op een kluitje bij elkaar, de oh’s en ah’s zijn niet van de lucht. “Waar?” hijg ik. Johan doet een omstandige uitleg van boomstammen, takken en bladeren – ik zie alleen groen. Pas als er iets beweegt heb ik hem: verrassend klein, en on-woud-achtig:

Met die groene kap en die vleugels lijkt hij een lappenpop die bij wijze van grap in de boom is neergezet. Mijnheer De Uil.

quetzal

Tien minuten later lopen we opnieuw; het vrouwtje is geland. Maar van haar krijgen we alleen wat blauw te zien. Mevrouw heeft ons haar kont toegedraaid.

... en hier is z'n vrouwtje

Kijk wat ik onderaan in mijn valies vind – nu pas.

bericht van Big Brother

Onze Amerikaanse douanevrienden hebben bij de tussenstop in Atlanta in mijn spullen gesnuffeld. En ik mag nog blij zijn dat ze mijn slot niet hebben geforceerd ook. Nu begrjp ik wat de verkoopster me vertelde toen ik de valies kocht – een Samsonite in de solden. “Er zit een cijferslot op, maar in speciale gevallen kan ze ook open met een sleutel: alle Amerikaanse douanebeambten hebben een dubbel”. Beetje absurde gedachte. Enfin, ze hebben hun sleuteltje dus kunnen gebruiken. Griezelig, dat ze met hun plastic handschoenen tussen mijn ondergoed hebben gegraaid. Ik sluit de valies, en zet ze snel in onze 4×4 Daihatsu, want Johan wordt ongeduldig. Hij heeft het ambitieuze plan opgevat om vandaag 240 kilometer af te leggen. In Costa Rica is dat hééél veel – gezien de staat van de wegen. Denk België na een winter waarin veel strooizout is gebruikt, en waarbij het asfalt gewoon is weggespoeld. A propos: we lezen op internet dat we een regering hebben, felicitaties. Het bespaart ons hier de voortdurende vraag hoe dat nu zit.

Tweeduizendzeshonderd meter gaan we klimmen, op de Cerro de la Muerte. De weg dankt zijn naam aan de dichte mist die er hangt. Ik neem in gedachten afscheid van al wie me dierbaar is, en zet me schrap.

Twee uur later zien we geen meter meer voor ons uit. Het is als rijden in een nachtelijke erwtensoep – alleen: het is volop dag! We vorderen minuut per minuut, bocht per bocht. En dan opeens is het voorbij. We zijn boven de tweeduizend meter geraakt, de wolk hangt onder ons. De reisgoden zijn welwillend geweest.

Mirador de Quetzales

De Mirador de Quetzales is onze slaapplaats: vochtig bed, ijskoude douche. Bergtemperatuur, ik heb vier lagen kleding nodig. De eigenaar biedt ons een elektrisch vuurtje aan voor de nacht. Van zonnepanelen heb ik in heel Costa Rica nog niks gezien.
Morgen om 5u30 opstaan; misschien ontwaren we dan wel een glimp van de quetzal, de heilige vogel van de Maya’s en de Inca’s ….

het vulkanische zand van Playa Negra

Hier aan de Caraibische kust is de kleur van de mensen donkerder. Er leven hier veel afstammelingen van Jamaicanen die destijds als slaven zijn geïmporteerd om op de bananenplantages te werken. Tegenwoordig is de sfeer totaal relaxed, en reggae, in een mix van inwijkelingen. Amerikanen, Fransen, hier aan de overkant is zelfs een Belgische “Art Store” met souvenirs. Belgische prijzen ook. En we hebben hier in Puerto Viejo de Talamanca al verrukkelijk Italiaans gegeten. Dat we daarvoor naar Midden-Amerika moeten komen :-) .
Gisteren zijn we getuige geweest van de verleidingstactiek van een meer dan gepensioneerde Amerikaan. Hij had een beeldschone Britse uitgenodigd voor een glas Sauvignon Blanc – “very special wine”, overstelpte haar vervolgens met zijn Cubaanse heldenexploten ten tijde van Fidel Castro – “we were young, we wanted to be part of it”, om over te gaan tot de huidige positie van de vrouw in de States – “Poor Hillary Clinton has the toughest job”. Dat allemaal in een onstuitbare monoloog, begeleid door bewonderende kreetjes en onderdrukt gegiechel van de Britse. Mission accomplished: beiden verdwenen in het duister. Johan zat zich te pletter te ergeren.

Over ons logies niets dan lof. De “Cabinas Guarana”, hebben elk hun een eigen mini-terrasje-met-hangmat, verscholen in een jungle-achtige tuin.

in de hangmat

De ramen zijn voorzien van soort tropische luxaflex: elk latje kan je apart bewegen. En hoera, er is een natuurlijk “air-conditioning-systeem”: vlak onder het dak (niet te zien op de foto) is er een rij opengewerkte stenen, waar de lucht vrij in en uit kan. En aan het plafond draait een ventilator. Zo koelt alles natuurlijk af, heel slim. Gelukkig is er muggengaas voor de gaten, anders zat er veel ongedierte binnen.

onze kamer in Cabinas Guadana

Maar insectenbeten, daar ontsnap ik niet aan. ‘t Is elke keer hetzelfde – dat is het nadeel van zo’n verre reis. Ik heb nochtans echt mijn best gedaan. Ik heb armen en benen bedekt gehouden, zodat ik liep te zweten als een rund, en ik heb bovendien elk stukje blote huid ingesmeerd met van dat stinkende Deet. Maar de enige die daar blijkbaar last van heeft, ben ik zelf. Trouwens: 1 uur in bikini op het vulkanische strand, en ik sta vol – en jeuken! Okee, you can’t have it all.

Het is hier niet zomaar een dierenasiel, nee, ze noemen het zelf een “Luiaardsheiligdom”, en we rijden er speciaal voor naar terug het dorpje Cahuita. We worden opgewacht door Jeff, die zich voorstelt als de kleinzoon van de oprichters; voor 25 dollar geeft hij ons een rondleiding, inclusief boottocht door een stukje rainforest, en kijken naar het voederen van de baby-luiaards. Het zal een memorabel dagje worden.
Nauwelijks zijn we aan het varen tussen het overhangende groen, of we liggen al stil. Daar, zegt onze bootsman: look, eyes of kaaiman. Het duurt even, maar dan zien we het.

een kleine kaaiman houdt ons in het oog

Even later: look, hole with big blue crab.

de blauwe oeverkrab

Dan blijven we stilliggen onder een overgroeiende tak, en mijn hart slaat een slag over: look, big spider.

spin in boomstam

En zo gaat het maar voort: look green heron, look bird-waarvan-ik-naam-kwijt-ben, en dan de allerbijzonderste: look, young basilisk:

een puber-basilisk

Terwijl ons bootje begint terug te varen, zie ik iets groots en bruinigs dat heel langzaam beweegt. Ik wijs, en nu wordt zelfs onze bootsman opgewonden: is three-toed wild sloth! ‘t Is een mannetje, want hij heeft een gelig patroon op zijn rug, zegt onze bootsman en hij begint meteen hoge geluiden te produceren. De luiaard kijkt geïnteresseerd achteromom. Sound of the female, lacht de bootsman. Johan zoomt in en filmt …

Voor mij kan het nu niet meer stuk, maar de rivieroever heeft nog een verrassing voor ons in petto. Een groene slang met een prooi in haar bek.

Onze bootsman is buiten zichzelf: “Me gusta serpientes!”. Hij heeft de staart van de slang te pakken en trekt ze naar zich toe. De kikker is vrij. Van dichtbij lijkt het of het venijnig-groen van de slang een soort doorschijnend snoepgoed is. Ik bedank vriendelijk maar raak ze liever niet aan.

Aan de oever staat Jeff al klaar om ons mee te nemen naar zijn luiaarden-familie. Ze zitten met twee of alleen in grote verblijven, en liggen – jawel – te slapen. No, they are not lazy, zegt Jeff. Ze sparen hun energie om hun eten te verteren. ‘t Is maar hoe je ‘t bekijkt :-) . Maar nee: een luiaard heeft een maand (sic!) nodig om de bladeren die hij eet, te verteren. 70 gram per dag heeft hij nodig. Dus probeert hij zoveel mogelijk te slapen en rustig te bewegen.
In Costa Rica is hij nog niet met uitsterven bedreigd, maar geregeld zijn er ongelukken: een luiaard die zich elektrocuteert aan hoogspanningskabels, of die overreden wordt… en die brengen de mensen naar hier.

en hier is een drietenige luiaard; die zien er indrukwekkender uit

Kleine luiaardweesjes kunnen niet meer terug naar het oerwoud, want ze hebben nooit geleerd hoe ze daar moeten leven. Ze blijven wonen in het Sanctuary. Het jongste beestje is maar een paar weken oud. We mogen kijken naar het voederen:

En van jongsaf oefenen ze zich in het hangen …

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 266 other followers