Is het nog maar een jaar geleden? Het lijkt langer.  Soms heb ik moeite om het gevoel van de reis terug te halen: de geuren, de mensen, het onbekende.

Maar het moment dat we op de trein naar Charleroi stappen, richting Ryanair, is het terug. 1 kleine handbagage met niets, een paar dagen vrij van internet en sleur. Citytrip Riga.

Nu kan ik het werkelijk niet meer uitstellen – we zijn al anderhalve maand thuis! Closure!

thuis voor de deur

Everyday life heeft intussen weer toegeslagen. Maar toch zijn er dingen die – voorlopig althans – anders zijn geworden. De stress is uit m’n lijf, ik doe het wat rustiger aan. Tomorrow is another day. Als we de kans zien, gaan we wandelen; m’n conditie is nog altijd uitstekend. M’n slaaphygiëne is impeccabel geworden: moe is gaan slapen, en altijd voor 12 uur. Ik koester m’n vrienden en geliefde omgeving. En wat mezelf het meest verbaast: de laatste tijd neem ik wel ‘ns het openbaar vervoer. Ik heb ontdekt dat er een boemeltreintje rijdt van station Muizen naar station Meiser, niet ver van m’n werk. Dat impliceert 4 keer per dag een klein kwartier stappen, en 2 keer een half uur op de trein – lezen. Wel niet zo leuk als het regent.

Misschien vertrekken we over een paar jaar opnieuw voor een tijdje. Een paar tips voor wie ook zin gekregen heeft, zonder pretentieus te willen lijken:

-neem een blad met lege vakjes mee, waar je elke dag opschrijft waar je bent. Want een week later weet je al niet meer waar je vorige week hebt uitgehangen.

-lever voor de tijd van de reis je nummerplaat in, en schort je autoverzekering op. Je krijgt je autobelasting terug.

-bepaal onderweg pas wanneer je exact terugreist: het geeft een onwaarschijnlijk gevoel van vrijheid

-neem zo weinig mogelijk kleren mee; koop ze onderweg, en laat je oude kleren achter

-stuur onderweg boeken of anders fraais naar België op

-schrijf een blog: het wordt je virtuele thuis onderweg

Hier nemen we afscheid. Dankjewel voor het komen kijken, lezen en commenten. We hebben ons geen moment alleen gevoeld op reis. Alsof een massa vrienden stiekem meereisden, in de rugzak.

Een onverwachte bonus bij het bloggen: we konden de curve volgen van het bezoekersaantal.

blogstatistiek

Dit is bevoorbeeld de curve van 10 februari tot 4 maart. Op 19 februari is onze blog 90 keer opengeklikt. Ha, dat streelt de ijdelheid. Meestal schommelde het bezoekersaantal tussen de 20 en 40 per dag. Let wel: onze eigen bezoeken aan de blog NIET meegerekend.

Nog wat cijfers: het hoogste bezoekersaantal hadden we op 4 september 2007 : 424 clicks. Dat was de dag dat we vertrokken. Nieuwe bezems. Er is maar één dag geweest met 0 bezoekers: 25 december. Met kerstmis had iedereen wel wat beters te doen dan op het internet te zitten.

Ik heb in totaal 109 berichten geschreven, en daar zijn 223 comments op gekomen. Nooit gedacht toen ik ermee begon, echt niet.

Een ander verbazingwekkend onderdeeltje van de statistieken is de categorie: “dit zijn de zoektermen die werden gebruikt om je blog te vinden”. De laatste tijd is er veel gezocht op de zoektermen “Tibet monniken” en “China voorbereiding Olympische Spelen”. Het is soms ook chockerend met welke zoekopdrachten mensen op deze blog komen. Iemand heeft gezocht op de Google zoektermen “gratis plassende vrouwen bekijken”, en is hier beland. Daar kan ik nog om lachen. “Blote jongens”, tot daar aan toe. Maar “illegale gratis pornosites van hele jonge kinderen”, welke creep is dat geweest? Omdat het woordje porno ergens in de comments staat, komt die ook hier uit. En wat jammer dat ik niet kan zien wie dat is, ik zou er meteen mee naar de politie gaan. Kunnen ze Google niet inschakelen in de strijd tegen internetpedofielen?

Tot slot de YouTube-filmpjes. Begonnen om te lachen – wat bomen vanuit het raam van de Transsiberische Express. Na een tijdje begon ik zowat alles te filmen wat ik interessant vond. Met de GSM! En dan heel rudimentair monteren, ook op de GSM. Tot onze verbazing is het filmpje van Johan die z’n haar liet knippen al 4498 keer bekeken – 4,5 sterren.

Op de 2de plaats staat “Jungle Camera Tiger Hunting” (3043 keer bekeken), een enigszins flauw grapje dat terecht maar 1 ster kreeg. En op de derde plaats komt “How to make a turban in 30 seconds” – 1554 views. Voor wie alle filmpjes wil zien: hier staan ze.

Het broeide er al toen wij er waren. Veel politie. Vlakbij ons hotel was er een legerkazerne, daar zagen we de recruten trainen, elke ochtend, met veel geschreeuw van commando’s. In elke tempel die we hebben bezocht zat er politie, meestal een duo. Thee drinkend en spelend. In de grote Jokhang tempel regelde politie het verkeer van de pelgrims: doorlopen alstublieft. Ik heb me toen de bedenking gemaakt dat het wat vreemd was: stel je voor dat hier bij ons in elke kerk flikken zouden zitten. En wat een vernedering voor de bewoners, de monniken, die van ’s morgens tot ’s avonds bij hun religieuze activiteiten op de vingers werden gekeken. Tegenover het Potala Paleis: een vers aangelegd plein, gigantische oppervlakte, met in het midden een monument van de communistische partij, en een arrogant wapperende Chinese vlag. Een kaakslag voor het onafhankelijkheidsgevoel van de Tibetanen.

tegenover het potala paleis

En nergens, nergens een foto van de huidige Dalai Lama. Op onze tocht rond de Kailash, ver van de bewoonde wereld, kregen we de enige beeltenis te zien – onze gids haalde een klein medaillon te voorschijn dat hij om z’n nek droeg. Stopte het snel weer onder z’n kleren. De volgende dag, op de col, schreef hij een woord in de sneeuw: FREEDOM.

De afgelopen dagen veel discussies gehad: moet ik verderbloggen of niet? Voor mezelf, en alle gesprekspartners, is het duidelijk: een reisblog moet stoppen als de reis is gestopt. Er moet een einde komen aan de naweeën.
Start een nieuwe blog, zeggen veel vrienden. En ja, daar heb ik wel zin in. Een week niet schrijven, en ik mis het al. Dus: ja. Moet wel nog nadenken hoe en waarover. En dan is er de privacy issue: schrijven onder een avatar of onder eigen naam? Stel het wordt iets in de zin van “Johantinethuisverslagen”, zoals JoB suggereerde in z’n comment op Naweeën 3 , is het dan aangewezen om al die privé-verhalen onder mijn echte naam te doen? En met foto’s van ons huis erbij? En stel dat ik dat wel wil, wat dan met de privacy van Johan en de rest van m’n omgeving? Nee, het wordt me nu langzaam duidelijk: ik moet onder pseudoniem voortschrijven. Maar nu nog even genieten van de aandacht die deze reisblog heeft opgebouwd.

In de volgende post: een paar merkwaardige details van bezoekerscijfers.

stappenteller

Bij onze tussenstop in Singapore, heb ik een”stappenteller” gekocht. Je hangt die aan je kleren, en hij telt het aantal stappen die ik zet, het aantal afgelegde kilometers, en het aantal verbrande kalorieën. Dat laatste interesseert me niet zo, wel het aantal stappen. Om gezond te blijven, zegt de handleiding, moet je er elke dag 10.000 zetten. Ik voel het, sinds we terug zijn, heb ik veel te weinig gestapt. Vanochtend heb ik de stappenteller voor het eerst aangehangen. Al 1320. Wel oneerlijk dat hij de trappen niet meetelt. Ik wil meer stappen, vorig weekend hebben Johan en ik een wandeling van Natuurpunt gemaakt. Maar wat is de luchtkwaliteit hier slecht! Bijna even erg als in Bejing. Johan heeft keelpijn, en ik heb weer veel last van m’n oude sinusitis.

Nog een nieuwe gewoonte: appel + kiwi eten bij het ontbijt. En eten zittend aan een tafel, niet meer voor de televisie hangend. En het brood toasten. Allemaal dingen die we op reis hebben her-ontdekt. Daar was eten een basisprioriteit – een bank vinden, of een steen! een winkeltje!

Mensen met kinderen weten dat. Wij waren het een beetje vergeten.

Idem met slapen. Sinds ik terugben, val ik zonder problemen als een blok in slaap. Ik heb geleerd weer naar m’n lichaam te luisteren: moe is moe, dus bed in. Opstaan gaat ook vanzelf. Dat heeft alles te maken met ons slaapregime op reis. Zelden na middernacht gaan slapen, zelden na 9 uur opgestaan. Als je in Tibet in een kamertje zit met een lemen vloer zonder verwarming of elektriciteit, dan ben je blij dat je als het donker wordt onder de dekens kan kruipen.

Want dat is nog iets dat ik geleerd heb: respect voor het dagritme. Morgenstond met goud in de mond. Dat er op reis meestal geen computer in de buurt was, en weinig televisie, hielp uiteraard.

Nu nog alleen volhouden.

Het is razendsnel gegaan. Vorige week was alles nog brandnieuw. Alsof ik alles voor de eerste keer deed. Maar o wat is dat snel weg. Ik ben weer helemaal terug in de routine van vóór de reis. Met enige weemoed heb ik zopas mijn mapje “reisvoorbereiding” teruggevonden. Ik ben al helemaal in de modus “werkvoorbereiding”. Heb op televisie kritisch naar “Sarah” gekeken, de tegenpool van onze “Emma”. Ben begonnen met het opruimen van het bureaublad van m’n portable. Nog één week en ik ben weer fulltime werkneemster. En nog veel te doen: administratie verwerken, de tuin ….. ik wou de badkamer nog schilderen, maar dat plan is echt te hoog gegrepen. Later dan maar. Een ding is me duidelijk: deze gigantische luxe waarin we hier zitten, leidt ons af van de essentie.

Intussen wel veel leuke momenten beleefd met het terugzien van iedereen. Grappig ook: omdat ze de blog hebben gevolgd, weten ze waar we gezeten hebben. We hoeven we dus niet van a tot z uit te leggen wat we allemaal hebben meegemaakt. Vijf maanden en een week! De gesprekken lopen in de zin van: “zeg, in Moskou, dat ticket voor de Transsiberische Express, dat was nogal een gedoe!” of “dat Engels in Nieuw-Zeeland, moeilijk te begrijpen blijkbaar!”. En dan ben ik gelanceerd voor het volgende kwartier. Zo leuk om weer bij vrienden te zijn! Dat heb ik echt gemist op reis.

Eén vraag komt onvermijdelijk aan het slot van de gesprekken: “zo dag in dag uit samen zijn….is dat soms niet moeilijk geweest?” Ha, nieuwsgierig! Eigenlijk hebben we weinig ruzie gemaakt. We zijn sowieso veel en graag samen, hier thuis ook. Maar als het dan losbarstte, was het wel meteen heftig – zo zijn we ook. Ik heb het gevoel dat we er versterkt uitgekomen zijn. Weet je wat het is? Omdat we 100% op elkaar waren aangewezen, waren we wel verplicht om conflicten grondig uit te praten. Ik heb het gevoel dat ik Johan nog beter begrijp nu. Leve het lange reizen.

Ik heb weer een agenda. Meegebracht uit Auckland, maar vorige week angstvallig ingepakt gelaten. Maar nu moet ik wel, want het papiertje met afspraken wordt te ingewikkeld. Dit is een sleutelmoment. Een soort symbolisch einde van de absolute vrijheid waar ik de afgelopen zes maanden in heb geleefd. Het is zo dubbelzinnig, want in die agenda staan voorlopig vooral leuke afspraken, met vriendinnen en vrienden. Maar hij doet me wel aan het werk denken – ik heb gelukkig nog twee weken vakantie. En waarom moet je elkaar zien “om 14u”? Is “in de loop van de namiddag” ook niet goed?

Gisteren op bezoek bij de ouders van Johan. Daar lagen – grappig – onze eigen pakjes op ons te wachten: 1 keer 5 kg en 1 keer 3 kg.

linnen postpakje

Leve India Post! Perfect aangekomen. By Sea – waar zouden die pakjes overal geweest zijn? Dat is iets wat we ook nog wel ‘ns zouden willen, een lange zeereis met de boot. Enfin, in die pakjes zaten dus alle boeken die we in India niet meer nodig hadden en die we toch graag wilden houden: de Lonely Planets van Mongolië, Nepal, woordenboeken die Johan had gekocht, een Indisch kookboek, en nog wat boeken die we spotgoedkoop in Mumbai hadden gekocht. Er is een speciaal supergoedkoop tarief in India om boeken op te sturen. Een heel gedoe was dat, toen in het postkantoor in Mumbay. De boeken moesten worden ingebonden in wit linnen. Daar zat een man die niks anders deed, uiterst deskundig. Met aan de achterkant een gat in de naad:

gaatje voor de douane

Voor de douane, zo kan ze meteen zien dat het om boeken gaat. Ik begrijp daar niks van: zo kan je toch ook onderweg nog van alles in dat pakje foefelen?

Voor de rest ben ik nog wat in de war: ik heb de indruk dat het kerstmis is. Ben eigenlijk blij dat het nog wat vriest, alsof m’n systeem behoefte heeft aan de winter die we hebben overgeslagen aan de andere kant van de wereld. Tegelijk heb ik neigingen om grote schoonmaak te gaan doen, alles hier in huis te veranderen (deze neiging is makkelijk te onderdrukken). Ben me scherp bewust van het waterverbruik elke keer dat ik een kraan opendraai. Ik kan ook beter tegen de kou, zet de verwarming lager dan vroeger, en trek een fleece aan. Johan vond het vroeger sowieso altijd te warm. Kijk liever naar buitenlands nieuws dan naar dat van hier. Heb wel opnieuw last van internetverslaving.

Maar één ding is zeker: de oude routine sluipt langzaam maar zeker weer m’n leven binnen.

Het is niet te doen. Sinds we terug zijn, hebben we nog geen moment rust gehad. De 2 kg die ik in Nieuw-Zeeland bijgekomen was, is er alweer af. Het leven zonder auto is ingewikkeld en vermoeiend als je niet in een stad woont. Maar: sinds gisterenmiddag rijdt hij weer. We hebben een verzekering en een nieuwe nummerplaat. Onze buurman heeft 2 keer startkabels aan onze batterij gehangen, en hij doet het weer. Een Opel Astra van 11 jaar oud, diesel, zes maanden stilgestaan voor de deur. How lucky can you get?

Onze eerste aankoop van voedselvoorraad in de Macro daarentegen deed me steil achterovervallen: het eten is hier duur, en duurder geworden sinds september – klopt dat? We laden de auto volledig vol: al onze basics waren op – olie, mosterd, pasta, rijst, dranken etc. Niet te vergeten uiteraard: kiwi’s en avocado’s.

Telenet gebeld over ons digitaal abonnement: ze hadden spontaan de smartcard gedisabled omdat we ze niet meer gebruikten. Is intussen opgelost.

Dan de belastingen. Ze hadden ons een vraag tot controle gestuurd, die we uiteraard niet hadden beantwoord, wegens niet in het land. Vandaar aangetekend schrijven. Dus afspraak gemaakt en langsgegaan: opgelost. We konden alle documenten voorleggen die ze nodig hadden. Voor de zekerheid hadden we onze vliegtickets meegenomen, maar ze geloofden ons op ons woord. Een vriendelijke belastingsmevrouw.

In huis blijft het wennen: ik ben vergeten in welke kasten welke dingen staan, en er wordt voorlopig dus veel afgezocht. Onwaarschijnlijk hoeveel dingen we hebben. Als je met basics op reis bent is alles veel simpeler: het zit in de rugzak. Het knopje aan de dampkap blijkt een draaiknop te zijn. Is dat eigenlijk nuttig, een dampkap?

We hebben intussen een nieuw lek ontdekt aan het keukenraam. Ik maak me er niet meer druk over. Schimmel op de muur, laat hem daar maar z’n gang gaan. Ik wentel me in de onwaarschijnlijke luxe van een eigen huis, een wasmachine én een droogkast – die Johan intussen weer aan de praat heeft gekregen. Ik wil er verder niet over nadenken, maar in dit (relatief kleine) huis, kunnen gemakkelijk 15 gezinnen uit het Dharavi slum in Mumbai wonen. Met hun aangetrouwde familie erbij. We hebben zopas in onze mail foto’s gekregen van de mensen die de rondleiding in het slum organiseren (zie blogroll) – destijds vroegen ze ons om zelf geen foto’s te maken uit respect.

plastic recycling fabriek in Mumbai Dharavi slum

Het beeld brengt meteen de hele sfeer terug, en het besef in wat voor een extreme verspilzucht we hier leven. Op het nieuws kijk ik met stijgende verbazing naar de politieke toestand. JoB grapte hier op de blog nog dat ze zouden wachten met de nieuwe regering tot we terugwaren – ze hebben er nog altijd geen! Tja.

Nu een koffie. Ja, ik ben teruggekomen met een (lichte) koffieverslaving. Sorry Mieke. Maar ook een – al zeg ik het zelf – veel betere conditie dan toen ik vertrok. Ik spring op de fiets en rijd 10 kilometer zonder dat ik het voel. Veel gestapt en gelopen. En mijn dag- nacht ritme is verschoven. Ik ben er al een paar dagen in geslaagd om voor middernacht in bed te kruipen. Op reis sliepen we soms om 10 uur al, en waren we meestal om 7 uur al op, voor een bus. Koffie dus.

We zijn stikkapot, maar van gaan slapen is geen sprake. Ik ben veel te opgewonden. Eerst: de kat knuffelen. Dan: inspectie van het huis. Na alles wat we hebben gezien, is het groot, en luxueus. Een volledige keuken, met potten en een servies! Het is warm, de zon schijnt door het dak. De zetels zijn een ravage, de kat heeft er haar nest in gemaakt. Wat een geluk dat we onze stoelen in de waskamer hebben gezet. Anders had ze daar haar klauwen aan gescherpt.

zetel van kattenhaar

In de tuin zijn er een paar bloempotten gesneuveld, maar eigenlijk ziet alles er erg “normaal”uit. Niet afgebrand, niet ingebroken, geen steen door het raam. Alleen stof, kattenhaar en braakballen. Nergens sporen van lekken – wie de geschiedenis van onze verbouwing kent, weet dat dat geen evidentie is. Johan grijpt de stofzuiger en begint tot mijn verbazing aan een snelle eerste schoonmaak. Ik zoek mijn rugzakje met sleutels, papieren en GSM. Oef, het zit waar ik het had verstopt. Juist, ik had ook nog een oranje leesbril. Maar waar is m’n portable? Geen idee. Hoe is het mogelijk dat een mens niet meer weet wat ze 5 maanden geleden heeft gedaan? Ik probeer me de avond voor ons vertrek voor te stellen. Chaos. Johan is intussen de kelder ingedoken om naar de vloerverwarming te kijken. Spannend, het heeft drie jaar en twee loodgieters geduurd eer die wou werken. Ze doet het!! Ik gooi alle ramen open. Zelfs met het grote schuifraam lukt dat – enigszins moeizaam, maar dat is nu eenmaal zo in ons huis.  In de slaapkamer ligt een groot papier op het bed: “Hier niet slapen, longontsteking”. Mijn handschrift. Voor wie heb ik deze boodschap achtergelaten, toch niet voor onze huisbewaarder Eddy? Voor Riet, de zus van Johan misschien? Nee, nu weet ik het: voor mezelf. Het is een waterbed, het is nu ijskoud. We moeten eerst de stekker insteken. Nu trek ik de juiste kast open, en daar ligt hij de portable.  Nu pas kan ik gaan zitten. Dit is een enorme kans, zolang uit de routine gerukt zijn. We kunnen alles anders gaan doen. Relativeren.

Ik ken het paswoord van m’n portable niet meer. Ik probeer, maar fout. Dit moet ik geen drie keer meer doen. Ik ben gewoon alles vergeten! Maar wacht, ik heb daarjuist ergens een briefje zien liggen met een woord erop, waarvan ik dacht, vreemd waarom ligt dat hier. Dat moet het geweest zijn! Maar waar ligt het? Dit is absurd. Ik had me een serene thuiskomst voorgesteld van hernieuwd kennismaken met de ruimte, contact nemen met de tuin, een praatje met de buren, een paar leuke telefoongesprekken, en hier loop ik, koortsachtig zoekend naar een middel om een domme machine aan de praat te krijgen. Het papiertje zit in m’n handtas.

In de kast: 3 dikke stapels post, 1 venijnig papiertje met de aankondiging van een aangetekende zending. ADMINISTRATIE hoe haat ik het! We laten de stapels voor wat ze zijn. Ik probeer m’n GSM op te laden. Waar is de lader? Hoe zag die eruit? Kijk boven, zegt Johan. Daar vind ik hem meteen. Ik vind het knopje niet om hem op te zetten. Ik weet totaal niet meer hoe dat ding werkt. Reflex afgeleerd. Terwijl hij oplaadt, ga ik naar beneden om met de vaste lijn te bellen: geen kiestoon. Juist ja, we hebben voor ons vertrek de vaste lijn opgezegd. Johan zit al voor z’n computer om de virusscans te laten lopen.

En dan word ik plots heel vermoeid. Ik wil weg, geen clutter van papieren en kleren en toestellen…. alleen een rugzak, een buikzakje met bril, geld, tandenstoker en paspoort. Simpel. Wat moet ik nu eerst doen? We doen rustig, zegt Johan. We moeten eerst eten zien te krijgen. Maar we hebben geen autoplaat meer. Trouwens werkt die auto nog? Hij start niet meer, heeft dan ook buiten moeten slapen, en is 11 jaar oud. Ik hoop uit de grond van m’n hart dat het alleen de batterij is. Soit, we moeten fietsen. Dat gaat wel, ik voel dat ik conditie heb gekweekt door het vele stappen. De Aldi is het dichtste bij. En de bakker en slager zijn in de buurt. Eerste bakker: dicht. Tweede bakker: gesloten. Slager: dicht. Wat is dat in dit land, eten de mensen hier niet meer??? We komen terug met chinees. Die we half weggooien, smakeloos. Wat is dat hier met die chinezen? Voor we vertrokken, vonden we die nochtans eetbaar. We zijn te lang in China geweest.

Nu eerst de auto regelen. We hebben een nieuwe verzekeraar nodig, en een plaat. Het moet snel gaan, want we hebben ook een nieuwe diepvriezer nodig – onze oude hebben we weggegeven voor we vertrokken. We moeten kunnen rondrijden. Twee uur en veel telefoons later is de verzekering geregeld. Maar de Dienst Inschrijving Voertuigen heeft een website waar geen touw aan vast te knopen is. Alleen dat ze nu gesloten zijn. Morgen proberen.

Voor we gaan slapen, stop ik toch al een paar dingen in de wasmachine. Wat een geluk, niet alles met de hand moeten wassen! Dan snel nog de droogkast in. Die werkt niet meer.

De televisie doet het wel nog, veel nieuwe gezichten. Als Johan de digibox aanzet, krijgen we de melding “smartcard ongeldig”. Telenet. En dan besef ik dat ik nu 34 uur op ben. Slapen.