We zijn stikkapot, maar van gaan slapen is geen sprake. Ik ben veel te opgewonden. Eerst: de kat knuffelen. Dan: inspectie van het huis. Na alles wat we hebben gezien, is het groot, en luxueus. Een volledige keuken, met potten en een servies! Het is warm, de zon schijnt door het dak. De zetels zijn een ravage, de kat heeft er haar nest in gemaakt. Wat een geluk dat we onze stoelen in de waskamer hebben gezet. Anders had ze daar haar klauwen aan gescherpt.

In de tuin zijn er een paar bloempotten gesneuveld, maar eigenlijk ziet alles er erg “normaal”uit. Niet afgebrand, niet ingebroken, geen steen door het raam. Alleen stof, kattenhaar en braakballen. Nergens sporen van lekken – wie de geschiedenis van onze verbouwing kent, weet dat dat geen evidentie is. Johan grijpt de stofzuiger en begint tot mijn verbazing aan een snelle eerste schoonmaak. Ik zoek mijn rugzakje met sleutels, papieren en GSM. Oef, het zit waar ik het had verstopt. Juist, ik had ook nog een oranje leesbril. Maar waar is m’n portable? Geen idee. Hoe is het mogelijk dat een mens niet meer weet wat ze 5 maanden geleden heeft gedaan? Ik probeer me de avond voor ons vertrek voor te stellen. Chaos. Johan is intussen de kelder ingedoken om naar de vloerverwarming te kijken. Spannend, het heeft drie jaar en twee loodgieters geduurd eer die wou werken. Ze doet het!! Ik gooi alle ramen open. Zelfs met het grote schuifraam lukt dat – enigszins moeizaam, maar dat is nu eenmaal zo in ons huis. In de slaapkamer ligt een groot papier op het bed: “Hier niet slapen, longontsteking”. Mijn handschrift. Voor wie heb ik deze boodschap achtergelaten, toch niet voor onze huisbewaarder Eddy? Voor Riet, de zus van Johan misschien? Nee, nu weet ik het: voor mezelf. Het is een waterbed, het is nu ijskoud. We moeten eerst de stekker insteken. Nu trek ik de juiste kast open, en daar ligt hij de portable. Nu pas kan ik gaan zitten. Dit is een enorme kans, zolang uit de routine gerukt zijn. We kunnen alles anders gaan doen. Relativeren.
Ik ken het paswoord van m’n portable niet meer. Ik probeer, maar fout. Dit moet ik geen drie keer meer doen. Ik ben gewoon alles vergeten! Maar wacht, ik heb daarjuist ergens een briefje zien liggen met een woord erop, waarvan ik dacht, vreemd waarom ligt dat hier. Dat moet het geweest zijn! Maar waar ligt het? Dit is absurd. Ik had me een serene thuiskomst voorgesteld van hernieuwd kennismaken met de ruimte, contact nemen met de tuin, een praatje met de buren, een paar leuke telefoongesprekken, en hier loop ik, koortsachtig zoekend naar een middel om een domme machine aan de praat te krijgen. Het papiertje zit in m’n handtas.
In de kast: 3 dikke stapels post, 1 venijnig papiertje met de aankondiging van een aangetekende zending. ADMINISTRATIE hoe haat ik het! We laten de stapels voor wat ze zijn. Ik probeer m’n GSM op te laden. Waar is de lader? Hoe zag die eruit? Kijk boven, zegt Johan. Daar vind ik hem meteen. Ik vind het knopje niet om hem op te zetten. Ik weet totaal niet meer hoe dat ding werkt. Reflex afgeleerd. Terwijl hij oplaadt, ga ik naar beneden om met de vaste lijn te bellen: geen kiestoon. Juist ja, we hebben voor ons vertrek de vaste lijn opgezegd. Johan zit al voor z’n computer om de virusscans te laten lopen.
En dan word ik plots heel vermoeid. Ik wil weg, geen clutter van papieren en kleren en toestellen…. alleen een rugzak, een buikzakje met bril, geld, tandenstoker en paspoort. Simpel. Wat moet ik nu eerst doen? We doen rustig, zegt Johan. We moeten eerst eten zien te krijgen. Maar we hebben geen autoplaat meer. Trouwens werkt die auto nog? Hij start niet meer, heeft dan ook buiten moeten slapen, en is 11 jaar oud. Ik hoop uit de grond van m’n hart dat het alleen de batterij is. Soit, we moeten fietsen. Dat gaat wel, ik voel dat ik conditie heb gekweekt door het vele stappen. De Aldi is het dichtste bij. En de bakker en slager zijn in de buurt. Eerste bakker: dicht. Tweede bakker: gesloten. Slager: dicht. Wat is dat in dit land, eten de mensen hier niet meer??? We komen terug met chinees. Die we half weggooien, smakeloos. Wat is dat hier met die chinezen? Voor we vertrokken, vonden we die nochtans eetbaar. We zijn te lang in China geweest.
Nu eerst de auto regelen. We hebben een nieuwe verzekeraar nodig, en een plaat. Het moet snel gaan, want we hebben ook een nieuwe diepvriezer nodig – onze oude hebben we weggegeven voor we vertrokken. We moeten kunnen rondrijden. Twee uur en veel telefoons later is de verzekering geregeld. Maar de Dienst Inschrijving Voertuigen heeft een website waar geen touw aan vast te knopen is. Alleen dat ze nu gesloten zijn. Morgen proberen.
Voor we gaan slapen, stop ik toch al een paar dingen in de wasmachine. Wat een geluk, niet alles met de hand moeten wassen! Dan snel nog de droogkast in. Die werkt niet meer.
De televisie doet het wel nog, veel nieuwe gezichten. Als Johan de digibox aanzet, krijgen we de melding “smartcard ongeldig”. Telenet. En dan besef ik dat ik nu 34 uur op ben. Slapen.